Vijf redenen waarom collectieve arbeidsduurvermindering geen goed idee is

Het VBO is een werkgeversorganisatie die handelt vanuit principes. Op één van die principes gaan we voor één keer een uitzondering maken: we reageren namelijk nooit op voorstellen die economisch volledig de bal misslaan. Met de regelmaat van de klok pleiten bepaalde organisaties voor collectieve arbeidsduurvermindering met behoud van loon. Dat is op zijn zachtst gezegd geen goed idee.

05 november 2018

De laatste keer dat dit idee gepropageerd werd, was naar aanleiding van de beslissing van Femma om een 30-urenweek in te voeren met behoud van loon. Uiteraard is een vzw vrij om te doen en te laten wat ze wil. Vzw’s moeten immers geen producten of diensten aanleveren in een concurrentiële omgeving, wat hen de gelegenheid geeft om hun arbeid op een minder kostenefficiënte manier te organiseren. Als ze voldoende giften of subsidies ontvangen om het extra personeel te bekostigen dat nodig is om hun activiteiten op (hetzelfde) peil te houden, dan klopt hun financiële plaatje. Of ze kunnen natuurlijk ook minder gaan doen en hopen dat de schenkers en de subsidiërende overheid daar niet over vallen. Bedrijven in de privésector hebben althans theoretisch ook de mogelijkheid om collectieve arbeidsduurvermindering in te voeren als zij dat willen, maar doen dat niet, en wel om vijf redenen.

In de eerste plaats is arbeid geen vast gegeven. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de intrede in de voorbije decennia van vrouwen op de arbeidsmarkt. Hebben zij de jobs van mannen ingepikt? Neen. Hun inschakeling op de arbeidsmarkt heeft de productiviteitsgroei een duwtje in de rug gegeven, waardoor inkomens zijn gestegen en finaal ook de vraag naar andere, nieuwe producten en uiteindelijk ook het totale aantal jobs. Daarenboven is het ene arbeidsuur het andere niet. In een industriële of dienstenomgeving met sterk gestandaardiseerde jobinhouden waar een heel aantal personen ongeveer hetzelfde doet, is dit misschien nog denkbaar, maar niet in organisaties waar functies erg verschillen. Daar is zo’n arbeidsduurvermindering op het terrein simpelweg onmogelijk.

Verder moet ook gezegd worden dat België reeds een kampioen is op vlak van verlofsystemen. Zo telt ons land 24 verschillende verloven, die al heel flexibel kunnen worden opgenomen. Door deze veelheid aan systemen werkt 24,2% van de Belgische bevolking deeltijds, mét financiële bijpassing door de overheid. Daar stopt het niet bij: als de plannen van de federale regering realiteit worden, kan je straks week-om-week ouderschapsverlof opnemen. Probeer dat maar eens in te plannen in je organisatie.

Tertio. Als je een vierdaagse werkweek met behoud van loon invoert, stijgen de kosten van arbeid in één klap met maar liefst 20%. Als je rekening houdt met het feit dat de loonkost in België op dit moment gemiddeld 11% hoger is dan in Nederland, Frankrijk en Duitsland, besef je dat dit een jobvernietigende maatregel is.

Een klein gedachte-experiment: stel je voor dat het VBO zou voorstellen dat de loonkosten in een enkele beweging met 20% moeten dalen. Dit zou initieel ettelijke miljarden kosten, maar de terugverdieneffecten zouden navenant zijn: meer tewerkstelling in de private sector, een grotere koopkracht, minder uitkeringen die uitbetaald moeten worden en meer consumptie. Maar mijn gok is toch dat zo’n symmetrisch voorstel met pek en veren zou worden overladen, wegens veel te duur. Maar een arbeidsduurvermindering met loonbehoud waarbij de loonkost in één keer met 20% verhoogt, dat wordt in alle ernst verdedigd.

Volgens voorstanders is de krapte op de arbeidsmarkt geen excuus om collectieve arbeidsduurvermindering in te voeren, maar een opportuniteit, en is het een hardnekkig probleem om vacatures in te vullen ‘in sommige niches van de arbeidsmarkt’. Niches? Een derde van het aantal openstaande vacatures heeft geen enkele diplomavereiste. In nagenoeg alle sectoren schreeuwen bedrijven om geschoolde en ongeschoolde arbeidskrachten. In België zijn er op dit moment 145.000 openstaande vacatures waar men maar geen personeel voor vindt. Alle gekheid op een stokje: een collectieve verkorting van de arbeidstijd zal dit cijfer enkel de hoogte in stuwen.

Uiteindelijk zijn er ook geen voorbeelden waar dit voorstel geïmplementeerd en vervolgens positief geëvalueerd werd. In Frankrijk bestaat de 35-urenweek nog wel formeel, maar probeert men hier met alle mogelijke middelen onderuit te komen, o.a. door overuren veel makkelijker en goedkoper te maken.

Ik wil de voorstander van deze maatregel wel op twee punten gelijk geven: de combinatie arbeid-gezin is niet evident en burn-out is een reëel probleem dat oplossingen vereist, die niet enkel van de werkgever kunnen komen. Die oplossingen bestaan in een brede aanpak die focust op alle aspecten van de job. Het uitgangspunt moet zijn ‘Hoe creëer je een organisatie waarin werknemers het beste van zichzelf kunnen en willen geven?’ Bevlogen werknemers en mensen die met goesting en trots werken: daar ligt de win-win voor het bedrijf en de betrokkenen. Er lopen op dit moment (in overleg met de vakbonden) overigens heel wat projecten om de burn-outproblematiek, waarvan de oorzaak niet alleen in de professionele sfeer gevonden moet worden, aan te pakken. Laten we daar werk van maken in plaats van economisch irrealistische voorstellen te formuleren.​

Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.