Zomertijd in zicht

In de nacht van zaterdag 30 maart op zondag 31 maart 2019 schakelen we over van wintertijd naar zomertijd.

Geschreven door Sandra Coenegrachts, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
28 maart 2019

Dit betekent dat de klok dan één uur vooruitgezet wordt (2 uur wordt 3 uur) en dit in toepassing van het KB van 19 december 2001 (BS van 28 december 2001) tot uitvoering van de EG-richtlijn van 21 januari 2001. Dit KB legt - voor onbepaalde tijd - de overgang naar de zomertijd vast telkens op de laatste zondag van maart.  De zomertijd loopt tot zondag 27 oktober 2019. Dan schakelen we weer over op de wintertijd.

In de toekomst zal de omwisseling van zomer- en wintertijd mogelijks worden afgeschaft door de Europese Commissie. De  Europese lidstaten mogen zelf kiezen voor een permanente zomer- of wintertijd. Ze moesten hun voorkeur tegen 31 maart 2019 aan de Europese Commissie meedelen. Maar aangezien de verdeeldheid hierover, is dit met twee jaar uitgesteld en zal de laatste overschakeling naar zomertijd waarschijnlijk plaatsvinden in maart 2021, tenzij een langer uitstel zal worden toegekend. 

De overschakeling naar de zomertijd heeft geen impact op het merendeel van de werknemers.

Voor werknemers die op het ogenblik van de overschakeling evenwel in ploegenarbeid werken en die niet forfaitair worden betaald, kunnen problemen rijzen in verband met de verloning.  Hiervoor wordt een oplossing voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 30, die op 28 maart 1977 in de Nationale Arbeidsraad werd gesloten en die het volgende inhoudt:

  • Wanneer de arbeidsorganisatie het toelaat en dezelfde werknemers zowel bij de overschakeling naar het zomeruur als bij de overschakeling naar het winteruur betrokken zijn, zullen zij zowel voor de 7 uren die ze hebben gepresteerd bij de overschakeling naar het zomeruur als de 9 arbeidsuren bij de overschakeling naar het winteruur het loon ontvangen dat overeenstemt met  8 arbeidsuren. De uitbetaling van de 8 arbeidsuren voor de 7 effectief gewerkte uren bij overschakeling naar het zomeruur wordt dus aanzien als een vervroegde betaling van het 9e uur dat zal worden gepresteerd bij overschakeling naar het winteruur.
  • Indien de organisatie van het werk het evenwel niet toelaat dat dezelfde werknemers deel uitmaken van de zaterdagnachtploeg bij de overschakeling naar zomeruur en naar winteruur, dan geldt dat:
  1. ­   de werknemers die bij de overschakeling naar het zomeruur 7 uren zullen presteren, het normale loon ontvangen dat overeenstemt met 8 arbeidsuren. De werkgever zal dus in concreto 1 uur extra moeten betalen, zonder dat hiervoor effectief prestaties werden geleverd.
  2. ­   de werknemers die bij de overschakeling naar het winteruur 9 uren zullen presteren, het normale loon ontvangen dat overeenstemt met 9 arbeidsuren.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.