social academy houdt ‘Future of Work’ tegen het licht

“Het heeft weinig zin te palaveren over de toekomst van het werk. Wel over het werk van de toekomst. Trouwens, die toekomst staat vandaag al in de steigers.” Vijf generatieoverschrijdende sprekers gaven met die boodschap het startschot voor de 9de jaargang van de social academy. Geen doemdenkerij tijdens het debat, maar zin voor realiteit. En het besef dat de transitie naar een nieuw arbeidsmodel, hoewel heel complex, zich langzaam maar zeker voltrekt.

13 februari 2017

Voor het negende jaar op rij organiseert het VBO de social academy, een ‘reeks strategische en hands-on seminars waar verantwoordelijken en decision makers(managers, CEO’s, HR-mensen, onderhandelaars…) hun kennis en vaardigheden op het vlak van sociaal overleg – in de ruimste zin van het woord – binnen de onderneming kunnen bijspijkeren.

“Met de social academy en haar gastsprekers uit zowel de werkgevers- als de vakbondswereld en de universitaire of politieke wereld plaatst het VBO het sociaal overleg in het brandpunt van de besprekingen”, aldus Bart Buysse, directeur-generaal van het VBO, die de startsessie inleidde en een sneakpreview gaf van de sessies in 2017. Op het programma onder meer: ‘De digitale werkvloer’, ‘Sociaal overleg in de kmo’, ‘De kracht van diversiteit’, ‘Langer werken’,…


Werken in het tijdperk van het individu
Gastsprekers op de gratis openingssessie van het academiejaar 2017 waren Luc Cortebeeck (Internationale Arbeidsorganisatie) en Denis Pennel (World Employment Confederation), beiden gepokt en gemazeld in de wereld van werk.

Ze werden gechallenged door twee even mondige millennials: Amelie Matthei (Greenfish) en Jorn Vanysacker (INTUO) en door expert welzijn op het werk Kris De Meester (VBO).


De Future of Work (FOW) gaat over veel meer dan alleen technologie. Volgens Cortebeeck is er nood aan een brede kijk op de nieuwe wereld van werk. Naast de onomkeerbare impact van de technologie schetste hij nog zes belangrijke uitdagingen: “De grote nood aan werk/jobs bijvoorbeeld, want de groei creëert steeds minder jobs. De explosie van ‘non-standard forms of work’ zoals flexi-werk. Of nog, de groeiende migratie, de toenemende ongelijkheid (in Europa leeft 24% onder de armoedegrens), de zorg voor duurzame ontwikkeling en de businesswereld die steeds minder reële economische waarde creëert.” Daarop lanceerde de ILO-vicevoorzitter een aantal werkpistes richting de FOW. Een daarvan is de herijking – niet deregulering – van de bestaande arbeidsregels! “Anders gezegd, wetten en cao’s moeten nieuwe evenwichten mogelijk maken tussen de vraag naar flexibiliteit enerzijds en naar meer persoonlijke tijd anderzijds. Het sociaal overleg moet kaders bouwen waarbinnen ondernemingen en werknemers worden beschermd en waar plaats is voor akkoorden op maat van het individu.”

Naar het einde van het salariaat?
“De wereld van werk gaat niet veranderen, die is al fundamenteel veranderd.” Met deze vaststelling zette Denis Pennel de toon van zijn betoog. Onder tal van maatschappelijke veranderingen (demografie, globalisering van de (arbeids)markt, de wereldwijde productieketen,…) vond de afgelopen decennia een ‘destandardisation of work’ plaats. “Een baan voor het leven bestaat niet meer. De arbeidsmarkt wordt elke dag flexibeler. Werkenden willen meer vrijheid en autonomie en hun werktijd zelf kunnen indelen.” (Pennel spreekt niet langer van de job, maar van het werk). “Bovendien verzelfstandigt het werk. Kortom, we reageren nog altijd alsof we met uitsluitend vaste contracten werken terwijl we een buitengewoon complexe arbeidsmarkt hebben gekregen.”

Daarna ging hij dieper in op een aantal karakteristieken van het nieuwe werkmodel. Dat is

  1. niet langer gestandaardiseerd (de mythe van het vast contract is doorprikt);
  2. poreus (onderscheid tussen werk en privé vervaagt);
  3. digitaal (de werkplek wordt een platform);
  4. ondernemend (het salariaat ruimt plaats voor zelfstandig werk);
  5. hybride (in loondienst werken of zelfstandig overlappen almaar meer);
  6. een breuk tussen werk en job (werkinhoud primeert op statuut/functie);
  7. op vraag (gaan we terug naar het stukwerk);

Werken wordt persoonlijk levensdoel
De aanstormende generatie werknemers en werkgevers vindt zich terug in de analyse van de gevestigde waarden, maar legt de klemtoon nog meer op de persoonlijke zingeving als motor van verandering. Ze willen bevlogen aan de slag kunnen en blijven. “Een job is minder een plek waar we naartoe trekken om onze boterham te verdienen, maar veel meer een persoonlijk levensdoel. We werken in eerste instantie voor onszelf, de werkgever komt pas op de tweede plaats. Stabiliteit vormt bij dat streven nog altijd een belangrijke houvast.”

Wishful thinking? Neen, maar het zal van alle stakeholders (overheid, werkgevers, werknemers, sociale partners) nog heel wat denkwerk en inspanningen vragen om de individualisering van de werkrelatie en -organisatie in de praktijk om te zetten. Mensen blijven mensen en elk individu is anders, heeft andere noden en behoeften. Het collectieve met alle individuele belangen verzoenen en flexibiliteit combineren met zekerheid is een ongoing gebeuren. “Niet iedereen gaat, wil of kan even snel. En dat moeten we ook respecteren. Kortom, the Future of Work is een continuüm. Het werk nooit af.”

Meer informatie over de VBO-SD Worx social academy en de verschillende sessies die worden georganiseerd op het VBO, vindt u terug op www.socialacademy.be


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.