Een babyboom na het WK zal ons niet redden

De Studiecommissie voor de Vergrijzing publiceerde afgelopen maandag haar jaarlijks rapport dat de kosten van de vergrijzing in kaart moet brengen. Volgens de commissie stijgen de pensioenuitgaven tussen 2017 en 2070 met 1,7 procentpunt van het bbp. Qua percentage van het bbp betekent dit dat de sociale uitgaven stijgen van 10,6% van het bbp in 2017 tot 12,3% van het bbp in 2070, met een piek van 13% in 2040. Tegelijkertijd stijgen de gezondheidszorguitgaven met 1,9 procentpunt van het bbp. De cijfers spreken voor zich: de inspanningen die deze en volgende regeringen zullen moeten leveren, blijven gigantisch maar haalbaar. 

Geschreven door Pieter Timmermans, ALGEMENE DIRECTIE
12 juli 2018

Zoals elk jaar geeft het rapport een overzicht van de financiële vooruitzichten tegen verschillende tijdskaders (2040 en 2070) en analyseert het de verschillende factoren met een bepalende invloed op de evolutie van de pensioenuitgaven (demografische factoren, economische factoren en toepasselijke regelgeving).

Tegen 2040 zijn er enorme inspanningen nodig, aangezien we niet enkel de langere pensioenen als gevolg van de hogere levensverwachting moeten compenseren, maar we ook de pensioenen van de naoorlogse babyboomers moeten opvangen. Vervolgens nemen de pensioenuitgaven gematigder toe dan vandaag, aangezien ze dan uitsluitend het resultaat zijn van de hogere levensverwachting. Die toename wordt geschat op 1,7 bbp-procentpunt.

Voor haar projecties houdt de Studiecommissie rekening met de reeds goedgekeurde hervormingen, zoals onder andere een geleidelijke verstrenging van de toegangsvoorwaarden voor het vervroegd pensioen, het verhogen van de wettelijke pensioenleeftijd tot 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030 en de geleidelijke schrapping van de diplomabonificaties in de publieke sector. Ondanks deze en vele andere maatregelen zullen de sociale uitgaven tussen nu en 2070 met 15,4 miljard (in huidige euro’s) toenemen voor zover het gedrag van mensen die met pensioen gaan ook daadwerkelijk evolueert in de richting van een effectief hogere uittredingsleeftijd.

Het is dan ook belangrijk om op te merken welke hervormingen niet opgenomen werden in deze berekeningen omdat het wetgevend proces nog niet is afgerond. Het gaat dan over de afschaffing van de preferentiële tantièmes in de publieke sector of de uitzonderingen voor zware beroepen. Het VBO heeft al talloze keren gewaarschuwd dat de huidige effecten van de pensioenhervormingen niet mogen worden uitgehold via het systeem van de zware beroepen en ons uitgangspunt blijft dan ook gelden: enerzijds moeten we alles in het werk stellen om de gemiddelde effectieve uittredingsleeftijd te verhogen (het verhogen van de wettelijke pensioenleeftijd biedt daarvoor geen enkele garantie en het invoeren van een afwijkende regeling voor zware beroepen gaat recht tegen die vereiste in), anderzijds moeten we blijven hervormen om de verschillende stelsels beter op mekaar af te stemmen en een structureel en billijk antwoord te bieden op de vergrijzingsuitdaging.

Maar het rapport heeft ook goed nieuws te melden: gedurende de bestudeerde periodes gaat men uit van een daling van de werkloosheidsuitgaven en een daling van het armoederisico van 65-plussers. Als we rekening houden met het vermogen, bedraagt het armoederisico voor ouderen 9%, dat is aanzienlijk minder dan de rest van de bevolking (16,5%). De toenemende activiteitsgraad van vrouwen op de arbeidsmarkt is ook een tweede positief element. Dat heeft uiteraard een invloed op de toegekende bedragen en dus op de globale pensioenuitgaven. Bovendien zien we (bij zowel mannen als vrouwen) een zekere verlenging van de carrières. Die evolutie gebeurt dan wel te traag, maar er wordt vooruitgang geboekt en dat heeft een impact op de cijfers.

Het rapport van de vergrijzingscommissie is dan ook een wake-upcall. Het pensioenhoofdstuk van het volgende regeerakkoord mag niet gaan over het behoud van wat er de voorbije jaren reeds beslist is, maar moet voortbouwen op de hervormingen van de voorbije legislatuur, om zo de factuur van de vergrijzing niet naar de volgende generaties door te sturen. Een kortstondige babyboom na de goede prestaties van onze Rode Duivels op dit WK zou geen slechte zaak zijn in het kader van het tijdelijk terugdringen van onze pensioenuitgaven, maar eventuele maatregelen zouden best iets structureler mogen zijn. 

Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.