Sociale bijdragen eerste kwartaal 2018

Wat zijn de tarieven van de sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2018? Hier vindt u de wijzigingen ten opzichte van 2017 en de overzichtstabel die voor elke sector van de sociale zekerheid het percentage aangeeft van de verschuldigde werknemers- en werkgeversbijdragen voor zowel arbeiders als bedienden, alsook de totalen.

Geschreven door Anneleen Bettens, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
09 januari 2018

Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2017 zijn er meerdere wijzigingen te melden.

-        Taxshift: daling van het faciaal tarief tot 25% 

Op 1 januari 2018 bedraagt het faciaal tarief 25% voor werknemers uit de profitsector.

De stapsgewijze lastenverlaging van de werkgeversbijdrage naar 25% werd ingezet sinds het tweede kwartaal van 2016. Deze daling naar 25% wordt gerealiseerd door zowel de basiswerkgeversbijdrage als de loonmatigingsbijdrage gefaseerd te verminderen. Juridisch wordt de basiswerkgeversbijdrage voor werknemers uit de profitsector verminderd van 22,65% naar 19,88%. Anderzijds wordt de verlaging ook doorgevoerd in de loonmatigingsbijdrage: deze daalt van 7,35% naar 5,12%.

-        Jaarlijkse vakantie arbeiders 

Sinds 2015 wordt het bijdragepercentage voor de jaarlijkse vakantie arbeiders gefaseerd verlaagd. Deze vermindering van de bijdragevoet wordt toegepast op de trimestriële bijdrage, die historisch 6% bedroeg. Op 1 januari 2018 wordt deze bijdrage voor de laatste keer verlaagd om recurrent te dalen van 5,61% naar 5,57%. De jaarlijkse bijdrage van 10,27% blijft ongewijzigd.

-        Fonds voor sluiting ondernemingen

De tarieven van de bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen wijzigen. In 2018 daalt de bijdrage voor de klassieke opdrachten van het Fonds tot 0,14% of 0,19%, naargelang de onderneming minder dan 20 werknemers dan wel 20 of meer werknemers tewerkstelt, terwijl ze in 2017 0,18% en 0,22% beliep. De bijdrage voor de financiering van de tijdelijke werkloosheid daalt ook naar 0,11%.

-        Ter herinnering: asbestfonds 

In het kader van de herziening van de financiering van het Asbestfonds blijft het percentage van de bijdrage vastgesteld op 0,01% van de lonen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. De bijdrage is voortaan ieder jaar verschuldigd voor het eerste en tweede trimester.

De tabel geeft voor elke sector van de sociale zekerheid het percentage aan van de verschuldigde werknemers- en werkgeversbijdragen voor zowel arbeiders als bedienden, alsook de totalen, op basis van het aantal in de onderneming tewerkgestelde werknemers. Voor de werkgevers en werknemers die aan alle sectoren van de sociale zekerheid bijdrageplichtig zijn, werden de afzonderlijke bijdragen per sector vervangen door een globale bijdrage.

Enkele bijdragen komen niet in deze tabel voor maar worden hieronder vermeld: 

  •  de bijzondere socialezekerheidsbijdrage die sedert 1 april 1994 wordt geïnd op de lonen van de werknemers;
  • de bijdrage van 8,86% die verschuldigd is op de werkgeversstortingen voor extralegale pensioenvoordelen;
  • de bijdrage van 10,27% voor de jaarlijkse vakantie van de arbeiders, die verschuldigd is op de lonen tegen 108% van het vorige jaar en die betaalbaar is in de loop van april;
  • de door de RSZ geïnde bijdragen voor de fondsen voor bestaanszekerheid;
  • de bijzondere bijdragen “Decava” op stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en canada dry (bedrijfstoeslag op uitkeringen volledige werkloosheid);
  • de bijzondere bijdrage op toeslagen voor voltijds en halftijds tijdskrediet, die worden toegekend op grond van individuele akkoorden of ondernemingsakkoorden alsook op grond van sectorakkoorden die na 30 september 2005 zijn gesloten;
  • de bijdrage op de firmawagens die sedert 1 januari 2005 verschuldigd is zodra de werknemer van zijn werkgever een voertuig ter beschikking gesteld krijgt voor een ander dan een strikt professioneel gebruik, en dit los van elke financiële bijdrage van de werknemer in de financiering en/of het gebruik van dat voertuig;
  • de solidariteitsbijdrage van 8,13% die verschuldigd is op de tewerkstelling van studenten die geen aanleiding geeft tot bijdrageplicht ten aanzien van de sociale zekerheid: 5,42% ten laste van de werkgever en 2,71% ten laste van de student. De verschillende bijdragevoeten naargelang de student wordt tewerkgesteld in de zomermaanden, dan wel tijdens het schooljaar, werden sinds 1 januari 2012 vervangen door één bijdrage gedurende het ganse jaar;
  • de solidariteitsbijdrage van 33% die sinds 1 januari 2009 verschuldigd is op de betaling of terugbetaling van de verkeersboetes van de werknemer door de werkgever;
  • de bijzondere bijdrage op bepaalde extralegale pensioenen, of de zgn. Wijninckx-bijdrage. Merk op dat het percentage ‘1,5%’ vanaf 1 januari 2018 wordt vervangen door ‘3%’;
  • de nieuwe activeringsbijdrage ingevoerd door de programmawet van 21 december 2017. Die bijdrage is vanaf 1 januari 2018 van toepassing op werkgevers die ‘oudere’ werknemers op non-actief zetten. Het bedrag ligt tussen 10% en 20% van het brutoloon. Het bijdragepercentage wordt bepaald in functie van de leeftijd van de betrokken werknemer en van een opleiding die de werkgever al dan niet voorstelt.


 Geschreven in samenwerking met Alice Defauw 


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.