|
15de Internationale Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP15) - KOPENHAGEN
De strijd tegen klimaatverandering is voor de Belgische bedrijven een topdossier. Van 7 tot 18 december a.s. vindt de 15de Internationale Klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaats in het Bella Center te Kopenhagen.
Isabelle Callens, Chief Economist, en Michael Voordeckers, adviseur van het Europees Departement, maken deel uit van de officiële Belgische delegatie in Kopenhagen. Hun missie? De Belgische bedrijfswereld vertegenwoordigen op de klimaatconferentie van de Verenigde Naties en ervoor zorgen dat de voorwaarden die de Belgische, en de Europese, bedrijven stellen aan een goed klimaatplan er gehoor vinden.
Eindspurt of uitstel tot volgende marathon?
(18-12-09) Sinds gisteren donderdag zijn we met de top in de slotfase van het onderhandelingsproces aanbeland: de NGO’s (business, leefmilieu of ontwikkelingssamenwerking) zijn beperkt en wachten buiten (in de sneeuw), de meeste stands zijn leeg. Het Bela Center leeft op de maat van de bijdragen van de staatshoofden, en de stakeholders sprokkelen de recentste informatie en blijven hun boodschappen doorsturen aan journalisten, Europarlementsleden en kabinetschefs. De nachten zijn kort, de onderhandelingen nachtelijk: getuige daarvan de openingsuren van de vestiaires, die nu ieder uur van de dag en de nacht open zijn.
De verklaringen van de staatshoofden weerspiegelen de stand van de onderhandelingen. Zou het debat over de procedures eindelijk achter ons liggen? Het Deense voorzitterschap heeft zich vermand en de ministers en staatshoofden (Friends of the Chairs) beginnen de teksten te bespreken. Angela Merkel (zie foto) heeft zich voor de 30% uitgesproken indien ook de andere geïndustrialiseerde landen vergelijkbare maatregelen nemen. De bevolking kijkt immers uit naar een goede afloop van deze top en zou een mislukking van het proces niet kunnen begrijpen. Merkel zei ook dat het de arme landen zijn die onder de klimaatverandering lijden en dat zij steun moeten krijgen, of dat nu via technologieoverdracht en/of via financiering is. Hilary Clinton had ’s ochtends al bevestigd dat de Verenigde Staten zouden bijdragen aan het klimaatfonds van 100 miljard tegen 2020. Vandaag zal Europa beslissen of het eenzijdig of voorwaardelijk voor de 30% gaat met de proactieve landen als Frankrijk, Duitsland en Engeland en verder de meest reactieve landen zoals Polen en Italië. Er zou hier sprake zijn van vrijwillige verbintenissen van sommige lidstaten. En België wacht op zijn Eerste minister (opgehouden door de sneeuw) vooraleer zich uit te spreken.
Donderdag hadden wij ook een ontmoeting met Staatssecretaris voor groene fiscaliteit, Bernard Clerfayt. Fiscaliteit blijft immers zeker een van de middelen voor het voeren van een efficiënt klimaatbeleid, maar is zeker niet het enige. Wij bespraken verschillende dossiers die voor de bedrijfswereld essentieel zijn, zoals het geven van voorrang aan energie-efficiëntie boven de vele subsidies voor hernieuwbare energie. Zoals aangegeven in de studie van McKinsey blijft energie-efficiëntie – zowel in de industrie als in gebouwen en in het vervoer – immers het beste middel om onze CO2-uitstoot te verminderen. De Staatssecretaris toonde zich sterk geïnteresseerd in de Green Bank, die precies tot doel heeft investeringen van bedrijven in energie-efficiëntie te faciliteren. Wij hebben hem ook nog gewezen op onze ongerustheid over de meerkosten die de subsidies voor offshore zullen meebrengen (800 miljoen in 2020), factuur die uiteindelijk op de verbruikers zal worden afgewenteld. Wat de koolstofheffing op de niet-ETS-sector betreft – die een prijssignaal aan de particulieren moet geven - , hebben wij nogmaals onderstreept dat deze verhoging niet in de index mag worden doorberekend, anders zou ze indirect een weerslag hebben op de loonkosten en zo het concurrentievermogen van onze ondernemingen nog meer doen afkalven. Maar we hebben ook gewezen op de aansporende rol die de fiscaliteit kan spelen, vooral op het gebied van onderzoek en technologische innovatie die we zeker nodig zullen hebben als we de ambitieuze doelstellingen willen halen waarover deze top beslist.
Kortom, de ondernemingen vormen “steeds minder een deel van de problemen en steeds meer een deel van de oplossingen”!
Kopenhagen ondergesneeuwd. Klimaatonderhandelingen ook?
(17-12-09) De tweede week van de Internationale Klimaatconferentie loopt stilaan op haar einde. Als er een akkoord uit de bus moet komen dan moeten de onderhandelaars nu alle zeilen bijzetten. De idee leeft dat het vandaag een ‘make or break day’ is. Aangezien de onderhandelingen gisteren in het slop zaten op een aantal procedurele kwesties, heeft Costa Rica de taak gekregen om de discussies te ontmijnen.
Nu er zowel over de Conventie als over de herziening van het Kyotoprotocol gesproken wordt, is het belang van een level playing field nog meer cruciaal. De Verenigde Staten die het Kyoto Protocol niet ratificeerden moeten reductiedoelstellingen aanvaarden die vergelijkbaar zijn met deze van de andere industrielanden. Daarnaast is het zonneklaar dat, sinds 1992, de wereld sterk veranderd is. De ontwikkelingslanden vormen niet langer een homogene groep. Zo zijn China, India en Brazilië intussen grote uitstoters van broeikasgassen geworden. De economische en financiële crisis heeft dit proces nog versneld en deze trend zal in de komende decennia zeker niet veranderen. Om de 2°C-doelstelling te halen, moeten alle landen met een grote uitstoot duidelijke, meetbare en controleerbare doelstellingen aannemen. Enkel op die manier worden lange termijn klimaatdoelstellingen geloofwaardig. Devolgende uren zullen uitwijzen of iedereen bereid is de handschoen op te nemen.
Opmerkelijk was de interventie van voormalig Presidentskandidaat in de VS en huidige Senator John Kerry. Als Voorzitter van de Commissie Buitenlandse Zaken in de Senaat speelt hij een sleutelrol in het internationaal klimaatdebat. Hij benadrukte het belang van vertrouwen in elkaar tijdens dit onderhandelingsproces. Hij onderstreepte niettemin dat opkomende economieën niet mogen uitgaan van het principe dat zij nu dezelfde fouten mogen maken als de industrielanden in het verleden. Daar tegenover staat natuurlijk dat ontwikkelde landen financiering zullen moeten voorzien om de historische fouten te compenseren. Hij is ervan overtuigd dat er in het voorjaar in het Congres een klimaatwet zal worden gestemd en hoopt dat er op een nieuwe internationale conferentie in juni of juli 2010 een wettelijk bindend internationaal akkoord kan gevonden worden. Hijbesloot met de idee dat de geesten in de VS echt gerijpt zijn om stappen voorwaarts te zetten in de strijd tegen klimaatverandering.
Intussen probeert de Europese Unie iedereen te bewegen tot een akkoord. In een ontmoeting met Karl-Heinz Florentz met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, georganiseerd door BUSINESSEUROPE, bleek dat de EU vooralsnog vasthoudt aan haar reductie van -20%. Enkel indien een grote partner nog een gewijzigd voorstel op tafel zou leggen lijkt de opstap naar -30% mogelijk.
Tenslotte hadden we nog een ontmoeting met Vlaams Minister Schauvliege die verantwoordelijk is voor milieu. Na de voorstelling van onze standpunten en het klimaatzakboekje, ging de discusssie verder over het belang van O&O, de vermarkting van onze innovaties en de goede bescherming van de intellectuele eigendomsrechten. Tijdens het Belgisch Voorzitterschap volgend jaar wil zij het belang van duurzame materialen in de strijd tegen klimaatverandering naar voor schuiven. Hier hebben talrijke Belgische bedrijven zeker troeven in handen.
Kopenhagen is volop in beroering: betogingen, sirenes, politie en de hele stad die naar de Top kleurt ... Hopenhagen
(16-12-09) Wij maken van de Top gebruik om de verschillende Belgische en Europese ministers en parlementsleden te ontmoeten en hun ons zakboekje te presenteren waarin de 10 criteria worden besproken waaraan een doeltreffend internationaal klimaatakkoord volgens de ondernemingen moet voldoen.
Dinsdagavond was Brussels minister Evelyne Huytebroeck nog in Kopenhagen. Wij hebben haar daar ontmoet, samen met haar klimaatspecialist Michaël Angé. We legden haar onze 10 punten voor. Ze deelde ons mee dat ze zich vanaf nu eenzijdig wil engageren voor een doelstelling van 30%. Volgens ons is een dergelijk engagement voorbarig, gezien de geringe inspanning die de Verenigde Staten hebben aangekondigd: 17% ten opzichte van 2005 of zo’n 3% ten opzichte van 1990. Dit zijn immers geen vergelijkbare inspanningsniveaus, wat schade kan berokkenen aan het “level playing field”.
Vanmorgen was Waals minister Philippe Henri met zijn kabinetschef Dominique Perrin en Jean-François Fauconnier aan de beurt. Zij toonden zich vooral zeer geïnteresseerd in het O&O-beleid en de technologische uitdaging van de ‘green technologies’. Volgens de ondernemingen zijn de investeringen van overheid en particuliere sector in O&O absoluut noodzakelijk en zelfs een ‘must’ om het concurrentievermogen in stand te houden. De Waalse minister deelt onze zorg en wil de besprekingen voortzetten om hierrond publiek-private partnerschappen op te zetten. De bedrijven hebben deze innovaties namelijk nodig, zowel voor hun eigen activiteiten als om aan de andere spelers (overheid, transport, gezinnen) de oplossingen voor de klimaatuitdaging te bezorgen. Dit streven naar grotere inspanningen voor O&O wordt op Europees niveau gedeeld. Tijdens een ‘side event’ dat werd georganiseerd door het DG Onderzoek van de Europese Commissie werd de aandacht gevestigd op het tekort aan financiering en de noodzaak om zo spoedig mogelijk te werken op de volledige energiemix en meer in het bijzonder de kernenergie en/of de carbon capture zonder welke de ambitieuze doelstellingen op het gebied van vermindering van de broeikasgassen niet kunnen worden gehaald.
 |
Aartsmoeilijke onderhandelingen over post 2012 doelstellingen

(15-12-09) Op maandag 14 december werd in Kopenhagen nogmaals duidelijk hoe moeilijk de klimaatonderhandelingen verlopen. Op de COP 15 moet een akkoord gevonden worden over ‘mitigation’, het tweede onderwerp dat op de onderhandelingstafel ligt. Het gaat om concrete en afdwingbare reductiedoelstellingen voor broeikasgasemissies voor de post 2012 periode. Het Verdrag hanteert ter zake het principe van de gemeenschappelijke maar verschillende verantwoordelijkheid van landen (“common but differentiated responsibilities”).
In 1997 werd ter zake het Kyoto Protocol afgesloten. Hierin verbinden de geïndustrialiseerde landen zich ertoe om bindende doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen te aanvaarden tot het jaar 2012. Zo engageerde de EU zich bv. Om haar uitstoot met 8% te reduceren tegen 2012. Ook de Verenigde Staten kregen een reductiedoelstelling opgelegd (-7% tegen 2012), maar van alle grote industrielanden ratificeerden enkel zij het protocol niet. Tijdens deze onderhandelingen wil de EU alle grote uitstoters achter een gezamenlijk akkoord scharen. En daar wringt nu net het schoentje. De ontwikkelingslanden vrezen dat door het ‘Kyoto-pad’ te verlaten de financiële engagementen die hieraan gekoppeld zijn uitgehold zullen worden. De EU betwist dit en blijft gaan voor één akkoord omdat dit een level playing field tot stand brengt.
En terecht, want volgens ons heeft het geen enkele zin het Europees concurrentievermogen in het gedrang te brengen ten voordele van ondernemingen buiten de EU die aan veel minder strenge klimaatregels zouden onderworpen zijn. Het klimaat zal hierbij niet gebaat zijn, wel integendeel. Elke vorm van carbon leakage – d.w.z. een verplaatsing van de productie naar landen die geen CO2-doelstellingen kennen – moet vermeden worden. Uit onderzoek blijkt dat indien alle industrielanden – dus ook de VS – reductiemaatregelen nemen de carbon leakage in grote mate afneemt.
Op de eerste avond van de tweede week van deze Internationale klimaatconferentie werd de Belgische delegatie ook ontvangen door onze ambassadeur. Deze samenkomst op de ambassade bood de werkgeversdelegatie de mogelijkheid om op informele wijze de discussie voort te zetten met de onderhandelaars, de andere stakeholders, politici en wetenschappers.
Kopenhagen 2009: naar een goed internationaal akkoord als stimulans voor duurzame investeringen
(14-12-09) Sinds een week is « Kopenhagen » zowat het meest “gegooglede” woord. Vandaag gaat immers de tweede onderhandelingsweek in van dit internationale klimaatakkoord dat historisch zou moeten worden. Het is de 15de keer dat de Verenigde Naties een dergelijke conferentie organiseren om de uitstoot van broeikasgassen op wereldschaal terug te dringen. Deze COP15 zou gevolg moeten geven aan het Protocol van Kyoto en zou kwantitatieve doelstellingen voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen moeten vaststellen voor de periode na 2012.
4 vertegenwoordigers van de Belgische bedrijfswereld (Els Brouwers en Isabelle Chaput van Essenscia en Isabelle Callens en Michael Voordeckers van het VBO), zijn gisteren, 13 december, aangekomen. Zij zullen er de voorwaarden van de Belgische en Europese ondernemingen voor een goed klimaatakkoord voorstellen zoals die in ons klimaatzakboekje 2010 opgetekend zijn.
De Belgische officiële delegatie (waarvan wij deel uitmaken) bestaat uit een 130-tal personen, onder wie, naast academici, vertegenwoordigers van de federale overheid en de gewestelijke overheden, van de verschillende betrokken kabinetten, en ook de verschillende stakeholders, zoals vakbonden, andersglobalistische NGO’s en milieu-NGO’s.
Deze week zouden de onderhandelingen echt op kruissnelheid moeten komen en zouden er, helemaal aan het eind, met de komst van de Staatshoofden beslissingen moeten vallen. Er worden 5 Belgische ministers verwacht: Eerste minister Yves Leterme, federaal minister van Klimaat en Energie, Paul Magnette, minister Philippe Henri voor het Waalse Gewest, minister Joke Schauvliege voor het Vlaamse Gewest en minister Evelyne Huytebroeck voor het Brusselse Gewest.
Het eerste en voornaamste onderwerp dat op de onderhandelingstafel ligt, is de gemeenschappelijke visie met betrekking tot het klimaat op lange termijn. Volgens wetenschappers moet tegen 2050 de werelduitstoot met 50 tot 85%, of zelfs met 80 tot 95% voor de industrielanden, worden gereduceerd. Een enorme uitdaging, en het moet gezegd dat men over de tekst nog maar weinig is opgeschoten en dat de « visies » van de landen nog verre van op 1 lijn liggen. Er zal tegen vrijdag … ja zelfs in de nacht van vrijdag op zaterdag nog heel wat vooruitgang moeten worden geboekt!
Tot morgen met meer nieuws, Isabelle Callens, Chief Economist VBO
Ondernemingen gaan voor een sterk en evenwichtig Internationaal Klimaatakkoord

Talrijke rapporten tonen aan dat niet tijdig handelen tot een torenhoge economische kost dreigt te leiden. De uitdaging is duidelijk: indien geen bijkomende maatregelen genomen worden, zal de mondiale uitstoot tegen 2050 ongeveer verdubbelen ten opzichte van 1990. Het Belgische bedrijfsleven wil zijn verantwoordelijkheid nemen zoals het dit in het verleden ook deed: zijn uitstoot daalde sinds 1990 met 20% terwijl de gecreëerde toegevoegde waarde met 30% steeg. Het VBO schakelde trouwens op dit vlak in een hogere versnelling met zijn initiatieven rond energie-efficiëntie. Waakzaamheid is echter geboden... [lees verder >
|