Werkgelegenheidsconferentie 2022: waar blijft het echte debat over de 80%-tewerkstellingsgraad?

Het federaal regeerakkoord beoogt een werkzaamheidsgraad van 80% tegen 2030 en daartoe wordt jaarlijks een interfederale conferentie over de werkgelegenheid georganiseerd. De conferentie van vorig jaar legde de focus op de eindeloopbanen, en het VBO benadrukte toen dat het belangrijk is om in die context de volledige loopbaan te bekijken. Het thema van de conferentie van 2022 is de arbeidsmarktintegratie van mensen van buitenlandse afkomst. De werkgelegenheid voor mensen die buiten de EU-27 zijn geboren, vormt namelijk een echte uitdaging: nauwelijks meer dan 1 op de 2 onder hen heeft een job, tegenover meer dan 70% in totaal in België.


Pieter Timmermans, GEDELEGEERD BESTUURDER Monica De Jonghe, BESTUURDER-DIRECTEUR-GENERAAL EN EXECUTIVE MANAGER VAN HET COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
16 juni 2022

Willen we de 80%-tewerkstellingsdoelstelling halen en het beschikbare arbeidspotentieel (met zowel binnenlandse als buitenlandse roots) maximaal benutten, dan wordt het hoog tijd om het debat breder te trekken naar de grote pijnpunten en drempels van onze arbeidsmarkt vandaag. Onze arbeidsmarkt wordt gekenmerkt door een hoge mate van bescherming van werkenden (insiders) ten opzichte van outsiders. De arbeidsmobiliteit (van werkloosheid of inactiviteit naar werk) is lager dan in andere landen. Dat bemoeilijkt de toegang tot de arbeidsmarkt, in het bijzonder voor mensen van buitenlandse afkomst. Het is ook noodzakelijk om werken lonender te maken ten opzichte van niet-werken. De werkloosheid- en inactiviteitsvallen blijven nog te groot. Het VBO betreurt dat, voor het tweede jaar op rij, de scope van het debat beperkt wordt tot aanpassingen in de marge, en de échte uitdagingen op de arbeidsmarkt onaangeroerd blijven.

Alle niveaus aan zet

De kwestie van de tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond is voor een belangrijk deel ook een genderspecifieke kwestie (een opvallend groot aantal vrouwen zit in inactiviteit), met een voornamelijk regionale invalshoek: het zijn namelijk de regio’s die de meeste instrumenten in handen hebben om de ondervertegenwoordiging van personen van niet-EU-origine op de arbeidsmarkt aan te pakken. Ook op lokaal niveau, dicht bij de mensen zelf, moeten gerichte maatregelen genomen worden om die personen beter te bereiken en te begeleiden. Tot slot liggen enkele belangrijke handvaten op Europees niveau, wat betreft het vrij verkeer van personen en diensten, het regelen van een vlotte en correcte detachering en de coördinerende rol onder lidstaten. Naast de federale hefbomen op vlak van arbeidsrecht is dus een samenwerking en wederzijdse versterking tussen de diverse beleidsniveaus noodzakelijk.

First things first

Het viel op dat de werkgelegenheidsconferentie de klemtoon op een veeleer negatieve benadering legde: sociale dumping, arbeidsomstandigheden, discriminatie … Het spreekt voor zich dat dergelijke excessen absolute no-go’s zijn die aangepakt moeten worden, want ook bonafide ondernemingen zijn daar het slachtoffer van. Toch zou het beter zijn om breder en ambitieuzer te kijken naar daar waar de voornaamste uitdagingen liggen: de knelpunten en drempels van de arbeidsmarkt vandaag.

De grootste knelpunten voor de toegang tot de arbeidsmarkt, specifiek voor de doelgroep van personen met een migratieachtergrond, zijn enerzijds het onderwijs en anderzijds betaalbare opvang voor kinderen, ouderen, zieken en personen met een handicap. Het onderwijs heeft een belangrijke emanciperende rol, maar toch zien we dat daar nog te veel stereotiepe keuzes worden gemaakt of opgelegd. Dat heeft echter langdurige gevolgen voor de loopbaan. De erkenning van competenties, ervaringen en diploma’s moet verbeterd en vergemakkelijkt worden. Bij inburgering moet snel werk gemaakt worden van de taal en de connectie met arbeid (en arbeidsmarkt, via werknemer- of ondernemerschap), ongeacht het motief om naar België te komen. Een behoeftedekkende, kwaliteitsvolle, betaalbare, en voldoende flexibele opvang, aangepast aan atypische werktijden, zou ook significante effecten hebben voor de integratie op de arbeidsmarkt en tegelijkertijd een betere sociaaleconomische mobiliteit op lange termijn mogelijk maken. Voor arbeidsmigranten (en hun Belgische werkgevers) moet duidelijke, begrijpbare en toegankelijke informatie ter beschikking gesteld worden, en voor de bevoegde overheidsinstanties is nog een belangrijke preventieve, ondersteunende rol weggelegd, veeleer dan de harde, sanctionerende benadering die vaak het échte doel mist.

Alle talenten valoriseren

Om de 80%-tewerkstellingsgraad te halen en tot een inclusievere arbeidsmarkt te komen, moeten alle talenten gevaloriseerd worden. Het VBO en zijn leden-sectorfederaties spelen een belangrijke rol bij de bewustmaking van werkgevers over het belang van diversiteit en inclusie. Aangezien elke sector voor andere uitdagingen staat, zijn sectoren en ondernemingen het best geplaatst om daar zelf invulling aan te geven, op maat van de noden van de sector en de onderneming. Een ‘one size fits all’-oplossing, zoals het beleid meestal wenst, werkt niet. Het is aan de ondernemerswereld om een voortrekkersrol te spelen. Diversiteits- en inclusiebeleid vertrekt het best van een bottom-upbenadering in plaats van een bestraffende top-downbenadering die de regering te vaak hanteert. Dwingende maatregelen die gekoppeld worden aan een sanctionerend beleid werken immers contraproductief, zo leert de praktijk.

Gedeeld engagement

Nog veel sectoren en ondernemingen weten echter niet hoe ze aan een diversiteitsplan moeten beginnen. Het bereiken van een inclusieve arbeidsmarkt is een gedeeld engagement. Het is aan de overheid om de bedrijfswereld inhoudelijk en financieel te ondersteunen in het traject naar meer diversiteit en inclusie. Daarom doet het VBO nogmaals de oproep aan de federale regering om met hun hulp een ‘single point of contact’ op te richten. Tot op vandaag hebben de ondernemingen immers geen formeel aanspreekpunt om in alle vertrouwelijkheid advies in te winnen. Dat contactpunt krijgt onder meer de volgende opdrachten: een gezamenlijke diversiteitswebsite uitwerken, de continuïteit van sensibiliseringsacties naar de ondernemingen waarborgen, de ondernemingen ondersteunen (o.a. via consultancy en een FAQ), nieuwe tools voor ondernemingen uitwerken of bestaande tools uitdragen (‘quick scan’, gedragscodes, non-discriminatieclausules, opleidingsaanbod …).

Het VBO betreurt dat het debat niet verbreed werd naar de grotere pijnpunten en structurele drempels van onze arbeidsmarkt vandaag. Door telkens te focussen op de ene of de andere doelgroep worden telkens slechts scheurtjes opgelapt, maar de kloof die nog steeds bestaat tussen de inactieven en de arbeidsmarkt wordt niet gedicht. Dat zal niet voor de blijvende aanpassingen zorgen die we nodig hebben. Op die manier zullen we niet tijdig aan de 80%-tewerkstellingsgraad geraken.

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN EN PERSBERICHTEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.