Focus Conjunctuur van het VBO: Coronacrisis slaat diepe krater in welvaart. Relanceplan nodig.

Twee keer per jaar bevraagt het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zijn sectorfederaties om de economische temperatuur op te meten. Gelet op de omvang van de COVID-19-crisis, hebben we de gebruikelijke vragenlijst sterk aangepast. De enquête werd afgenomen in de tweede helft van mei. Uit de resultaten blijkt dat de gezondheidscrisis die we momenteel doormaken ook de economische gezondheid van het bedrijfsleven fel onder druk zet. De federaties en bedrijven geven aan dat hun economische activiteit er sterk op achteruit is gegaan, in die mate dat de Belgische economie in 2020 afstevent op de grootste economische krimp (tussen -7,5% en -9%) uit onze naoorlogse geschiedenis. Volgend jaar is een krachtig herstel (+6 à +7%) mogelijk, mits er snel een nieuwe regering komt die werk maakt van een coherent relanceplan dat investeert in de toekomst en bedrijven en gezinnen zuurstof geeft.


Pers, COMMUNICATION & EVENTS
26 juni 2020

Economische activiteit: midden mei gemiddeld nog meer dan 21% lager dan normaal. Over 6 maanden wordt een activiteitsniveau verwacht dat nog 5 à 9% lager ligt dan normaal.

In de tweede helft van mei maakte ruim 80% van de sectoren gewag van een lager activiteitsniveau dan normaal. Voor 27% van hen lag de impact tussen -10 en -30%, maar het gros (38%) had het eerder over een terugval van de activiteit tussen 30 en 50%. In gewogen gemiddelde houdt dat in dat het activiteitsniveau in onze sectoren en bedrijven in mei 21,4% lager lag dan normaal. Enkel de scheikundige nijverheid, de banksector (stagnering) en de voedingsdistributie (stijging) gaven aan dat hun activiteit niet of nauwelijks is teruggevallen.

De felle terugval van zowel de binnen- als de buitenlandse vraag blijven het probleem nummer één voor de bevraagde sectorfederaties (62%). De aanbodgerelateerde problemen (productiviteits- en rendabiliteitsverlies als gevolg van de ‘social distancing’-maatregelen, verstoorde waardeketens of personeelstekorten) vertegenwoordigen 34,1% van de vastgestelde problemen.

Over zes maanden verwacht ongeveer de helft van de sectoren een activiteitsniveau dat 0 tot 10% lager ligt dan normaal. De meeste andere sectoren gaan er echter van uit dat hun activiteitsniveau dan nog altijd maar 70 tot 90% van het normale peil zal halen. Gewogen gemiddeld zou het activiteitsniveau over 6 maanden nog ongeveer 9% lager liggen dan normaal (5% lager indien het de positieve kant van de vork zou worden).

Werkgelegenheid: een daling tussen 4 en 8% over zes maanden, minder sterk dalend dan de economische activiteit

In de eerste weken van de lockdown nam het aantal tijdelijk werklozen snel toe, om begin april uit te komen op ongeveer een kwart van het totale aantal werknemers uit de privésector. Eind mei was dat aantal echter al gezakt tot nog om en bij de 10%.

De komende zes maanden verwacht geen enkele van de bevraagde sectoren een toename van de werkgelegenheid. 83% van hen gaat uit van een daling, slechts 16% denkt dat de werkgelegenheid zal stagneren. Gewogen gemiddeld zou dat neerkomen op een werkgelegenheidskrimp tussen 4,7% en 8,3%.

Dat de werkgelegenheid wat minder sterk zou dalen dan de economische activiteit is niet verrassend aangezien de productiviteit door de coronamaatregelen en het omzetverlies een fikse knauw heeft gekregen. Het gros van onze sectoren rapporteert momenteel productiviteitsdalingen van 5 à 10% (43% van onze sectoren) en van 10 tot 30% (29%).

Bedrijfsinvesteringen worden uitgesteld: daling met 10 à 15% verwacht in 2020

De liquiditeit en solvabiliteit van talloze ondernemingen kwam sterk onder druk te staan door de gezondheidsmaatregelen en de economische gevolgen ervan. Dat heeft ervoor gezorgd dat ondernemingen vooral gingen focussen op voldoende cashflow om te overleven, waardoor bepaalde investeringsplannen op de lange baan werden geschoven.

Bijna 40% van de sectoren meldt dat hun investeringen in de komende zes maanden met 10 tot 30% zullen terugvallen, slechts 16% van de respondenten zegt dat er op dat vlak weinig zal veranderen (afname tussen 0 en 10%). Gewogen gemiddeld betekent dit een daling met 10 à 15%.

Verschillende sectoren hebben deze vraag trouwens niet beantwoord, in tegenstelling tot de voorgaande vragen, om de simpele reden dat er nog te veel onzekerheden zijn.

Economische vooruitzichten: geraamde krimp van 8,3%, de sterkste terugval sinds de Tweede Wereldoorlog

In de huidige context is het bijzonder moeilijk om voorspellingen te doen voor 2020, en al zeker voor 2021. Het VBO werkte verschillende scenario's uit, die afhangen van de ontwikkelingen rond volgende onzekere elementen:

-          de ontwikkeling van de epidemiologische situatie;

-          de kracht van het herstel van de binnenlandse (inhaalbeweging van de Belgische consument, bedrijfsinvesteringen) en de buitenlandse vraag;

-          de negatieve impact op de potentiële groei.

In het basisscenario gaat het VBO ervan uit dat de ontwikkeling van het virus onder controle kan worden gehouden (zonder algemene tweede lockdown) en dat er tijdens de zomermaanden een nieuwe federale regering kan worden gevormd met een stabiele meerderheid die tot een akkoord komt over een relanceplan. In dat geval zou de Belgische economie in 2020 met 8,3% krimpen, nog steeds de sterkste naoorlogse krimp. Die hypothese houdt dan wel in dat we in 2021 een vrij sterke herleving van 6,4% zouden kunnen krijgen, maar zelfs dan zou de economische activiteit tegen het einde van 2021 nog lichtjes onder het niveau van eind 2019 blijven.

In die context zou het overheidstekortoplopen tot 10 à 12% van het bbp. Een nieuwe regering zal dus niet enkel een geloofwaardig relanceplan moeten uitwerken, maar ook een begrotingstraject moeten uitstippelen om het tekort tegen 2024 terug in de buurt van de doelstelling van 3% van het bbp te krijgen.

In het meest pessimistische scenario schiet de regeringsvorming niet op en houdt de politieke instabiliteit aan. Die kan uitmonden in onvoorspelbare beslissingen van alternatieve meerderheden in het parlement, of in nieuwe verkiezingen, met alle onzekerheden en vertragingen die daarmee gepaard gaan. In dat geval kan de economische krimp in 2020 oplopen tot 9,1%, en het herstel het jaar nadien beperkt blijven tot 3%. De activiteit zou dan eind 2021 nog 5 à 10% lager uitvallen dan eind 2019.

En het hoeft niet gezegd dat als de epidemiologische situatie fors verslechtert, met nieuwe lockdownmaatregelen tot gevolg, de negatieve groei nog hoger kan uitvallen.

Aanbevelingen: een 4x4-turborelanceplan

In de eerste plaats is het cruciaal dat we alle nodige maatregelen treffen om het virus daadkrachtig te bestrijden, mochten we geconfronteerd worden met een tweede golf van COVID-19-besmettingen. Het gaat dan onder andere om de ontwikkeling van een app voor ‘contact tracing’ van besmette personen, massale en snelle beschikbaarheid van testcapaciteit en van geschikte beschermingsuitrusting, ...

Daarnaast moeten we nadenken over maatregelen om onze economie op middellange termijn te stutten en om te zorgen dat we de komende jaren weer kunnen aanknopen met een gezonde groei. Door de lockdownmaatregelen is heel wat toegevoegde waarde verloren gegaan bij de bedrijven en werd ook hun productiviteit en rendabiliteit aangetast. We mogen ze dan ook niet nog extra in moeilijkheden brengen door de vooruitgang die de voorbije jaren geboekt is op het vlak van loonkosten en competitiviteit teniet te doen.

Verder is het essentieel om onze regeling voor avondwerk (20 u tot 24 u) te versoepelen zodat de e-commercesector in ons land beter kan concurreren met de buitenlandse spelers, én dat onze arbeidsmarkt wendbaarder wordt gemaakt door werkzoekenden intensiever te begeleiden, te vormen en te activeren.

We moeten ook de ervaring die we tijdens deze crisis hebben opgedaan met telewerk benutten en het bijhorende wettelijk kader versoepelen, aangezien het ook een deel van de oplossing voor het ruimere mobiliteits- en klimaatvraagstuk kan zijn.

En gelet op de omvang van de crisis, kunnen we zeker ook maatregelen overwegen die de vraag ondersteunen. Dat kan allereerst door private en publieke investeringen te stimuleren, omdat die als katalysator kunnen dienen voor de digitalisering en de ecologische transitie, tegelijk ons groeipotentieel versterken en belangrijke maatschappelijke uitdagingen helpen te realiseren. Ten tweede kan de vraag gestimuleerd worden via een substantiële verlaging van de belastingdruk op de lagere lonen (bv. via een hogere belastingvrije schijf en een hogere beroepskostenaftrek).

"Om een daadkrachtig relanceplan op poten te zetten, moet een regering met volle bevoegdheid nu snel de fakkel overnemen van de huidige regering. Een volwaardige regering is een must om de koers uit te zetten, een roadmap uit te werken en een tijdpad uit te stippelen voor een sterke relance. Het VBO formuleerde daartoe al een reeks aanbevelingen in zijn 4x4-turborelanceplan. ‘4x4’ verwijst naar vier essentiële krachtlijnen: ons economisch weefsel, de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, de ecologische transitie en de digitale revolutie. Het woord ‘turbo’ slaat op de noodzaak om tot een volwaardige regering te komen”, besluit Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het VBO.

Hier de link naar de enquête "Focus Conjunctuur".

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.