Sterkere, duurzame economische groei belangrijker dan hogere productiviteit

Begin deze maand stelde secretaris-generaal van de OESO Ángel Gurría een studie voor over de evolutie van de Belgische productiviteit. De internationale organisatie besloot in haar conclusies te zalven en te slaan: ja, België is nog steeds erg productief, maar het groeiritme van de arbeidsproductiviteit is de voorbije twee decennia duidelijk vertraagd. De OESO deed dan ook een aantal aanbevelingen om de productiviteitsgroei in België opnieuw op te krikken. Uiteraard is dat een nuttige denkoefening met heel wat waardevolle suggesties. Toch moeten we ons vooraf even de vraag stellen in welke mate de macro-economisch gemeten ‘arbeidsproductiviteit’ de meest  relevante beleidsdoelstelling is, in de wetenschap dat je met een zwakke economische groei en een daling van de tewerkstelling ook een fikse stijging van die arbeidsproductiviteit bekomt.

Pieter Timmermans, ALGEMENE DIRECTIE
18 juli 2019

Macro-economisch wordt de groei van de arbeidsproductiviteit (Q/E) bekomen als het verschil tussen de groei van het reële bbp (Q) en de groei van de werkgelegenheid (E). Zo was de economische groei in ons land de voorbije jaren aan de lage kant, maar was die tegelijk wel erg arbeidsintensief (E/Q). De tewerkstelling in de private sector steeg in de loop van 2018 zelfs bijna even snel als de economische groei, wat zeer uitzonderlijk is. Dat was ongetwijfeld in hoge mate te danken aan de maatregelen van de federale regering tot beheersing van de loonkostenontwikkeling (indexsprong, taxshift, hervorming Wet ‘96). Zo blijkt uit een studie van de KU Leuven dat meer dan de helft van de jobs die in de private sector gecreëerd werden, er kwamen door het gecumuleerd effect van die drie maatregelen.

Die evolutie staat mathematisch echter gelijk aan een daling van de groei van de arbeidsproductiviteit. Maar in het licht van de nog steeds erg lage werkgelegenheidsgraad in België, kunnen we bezwaarlijk zeggen dat de sterke arbeidsintensiteit van de groei in de voorbije jaren een slechte zaak was. Wel integendeel: een duurzame en inclusieve groei is er precies één met een relatief hoge arbeidsintensiteit.

Als we de productiviteit willen aanzwengelen, moeten we in de eerste plaats dan ook werk maken van een versterking van de economische groei, die zich dan ook best vertaalt in een sterke groei van de private tewerkstelling. Ik veronderstel dat we immers niet terug willen naar situaties uit het verleden waarin hoge investeringen in extreem arbeidsbesparende machineparken, ingegeven door hoge loonkosten, de minst productieve werknemers systematisch uitsloten van de arbeidsmarkt en dus enkel de meest productieve deden overblijven, wat onze hoge gemiddelde productiviteit mee verklaart. Wij verkiezen gematigde loonkostenontwikkelingen die samengaan met hoge investeringen in innovatie, wat op termijn zal leiden tot meer groei én meer jobs.

De vraag is vervolgens hoe we die economische groei opnieuw kunnen opkrikken. Ons groeitempo deed het de jongste jaren niet goed omwille van de olifant in de kamer: onder druk staande prestaties in de binnenlandse sectoren van de handel, de horeca en het transport, die bijna 20% van onze economie uitmaken. Dat ligt voor een deel aan de terroristische aanslagen in Parijs en Brussel en hun impact op handel en toerisme, maar ook aan de rigide arbeidstijdregeling voor avond- en weekendwerk. Dat laatste element heeft het onze distributiebedrijven bijna onmogelijk gemaakt om mee te genieten van de sterke groei van de e-commerce. Het gros van die grote logistieke e-commerceplatformen heeft zich immers net rond onze landsgrenzen gevestigd. We zijn dus nog steeds een interessante markt en vestigingsplaats, maar de arbeidsmarktvoorwaarden in ons land (loonkost, arbeidstijdenregelingen) zijn dusdanig dat die nieuwe e-commerceactiviteiten vrijwel allemaal net over onze grenzen neerstrijken.

Bij dezen dan ook een pleidooi voor een sterkere en duurzamere economische groei die gepaard gaat met een stijgende werkzaamheidsgraad en niet enkel berust op “perverse” of “extreem arbeidsbesparende” productiviteitswinsten. Daarvoor moeten we op verschillende  sporen tegelijkertijd werken: een verdere verlaging van de fiscale en parafiscale lasten op arbeid zodat de vraag naar arbeidskrachten sterk blijft, een cultuur van levenslang leren die de competenties van alle potentiële werkenden beter afstemt op die arbeidsvraag, en een flexibelere arbeidsmarkt zodat bedrijven de opportuniteiten van een snel veranderende, digitaliserende en vergroenende economie ook echt kunnen grijpen. Ook een begrotingstekort van 1% van het bbp kan, als het maar dient om productieve investeringen – d.w.z. overheidsinvesteringen in domeinen waarvan de toekomstige maatschappelijke opbrengst groter is dan de initiële investeringskost – mee te financieren op het vlak van mobiliteit of energietransitie. De regeringen die federaal en regionaal gevormd worden, zullen niet om deze recepten heen kunnen, of ze nu van linkse, rechtse of centrumsignatuur zijn.

Deze opinie werd op 18 juli gepubliceerd op de website van De Tijd.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.