Het mobiliteitsbudget: meer flexibiliteit voor werkgevers en werknemers

Op donderdag 26 juli heeft de regering het wetsontwerp betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget goedgekeurd

27 juli 2018

Aansluitend aan het akkoord tussen de sociale partners vond de regering het opportuun om naast de mobiliteitsvergoeding (wet van 30 maart 2018) een aanvullende regeling in te voeren waardoor werknemers verschillende vervoermiddelen vlot kunnen combineren met een bedrijfswagen.

Terwijl de mobiliteitsvergoeding volledig rond alternatieve vervoermodi draait aangezien de betrokkene geen bedrijfswagen meer heeft, is het mobiliteitsbudget vooral gericht op multimodaliteit: naargelang van het traject en het doel van de verplaatsing kan de werknemer zelf kiezen welk(e) vervoermiddel(len) het meest geschikt zijn. Zo kan de werknemer het volledige traject met de – milieuvriendelijker – bedrijfswagen afleggen maar kan hij evengoed de bedrijfswagen nemen tot het station, daar de trein nemen en vervolgens een tram of bus of een deelfiets nemen enz.

Het mobiliteitsbudget verschilt dus van de mobiliteitsvergoeding want in het kader van het mobiliteitsbudget blijft de werknemer over een bedrijfswagen beschikken, al moet die wagen wel beantwoorden aan de (bijzonder strenge) ecologische criteria die in het wetsontwerp zijn bepaald.

Het mobiliteitsbudget steunt op drie pijlers:

Pijler 1: een milieuvriendelijke bedrijfswagen

Alleen de volgende wagens komen in aanmerking:

a) elektrische wagens;

b) wagens die beantwoorden aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

1) de CO2-uitstoot van de wagen mag niet meer dan 95 g/km bedragen;

2) de norm voor de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen van de wagen moet ten minste overeenstemmen met de geldende norm voor nieuwe wagens, uitgezonderd eindereekswagens, op het ogenblik van het verzoek om toepassing van de wet in hoofde van de betrokken werknemer of met een latere norm;

3) in het geval van een herlaadbaar hybride voertuig moet de accu een energiecapaciteit van ten minste 0,5 kWh per 100 kg voertuiggewicht hebben;

4) in voorkomend geval moeten de waarden bedoeld in 1), 2) en 3) ten minste gelijk zijn aan die van het voertuig waarover de werknemer beschikte.

De bedrijfswagen geniet de (para)fiscale behandeling die momenteel geldt voor bedrijfswagens.

Pijler 2: duurzame vervoermiddelen

Deze tweede pijler is vrij ruim en omvat vier rubrieken: zachte mobiliteit (alle voertuigen die niet harder gaan dan 45 km/u, zoals fietsen, e-bikes, speed pedelecs, motorfietsen, steps ...), openbaar vervoer (abonnement voor woon-werkverkeer op naam van de werknemer evenals individuele biljetten of vervoerbewijzen in België en het buitenland), collectief vervoer georganiseerd door de werkgever of een derde en deeloplossingen (deelfietsen, deelauto's met of zonder chauffeur …).

Het ontwerp voorziet ook in twee gelijkstellingen: de tweede pijler mag worden gebruikt om de huur of de rente van een hypothecaire lening te betalen van een woning of een appartement binnen een straal van 5 km van de gewone werkplek van de werknemer. De tweede gelijkstelling betreft de terbeschikkingstelling van een fiets door de werkgever en de kilometervergoeding die de werkgever betaalt voor het woon-werkverkeer met de fiets.

Deze tweede pijler is volledig vrijgesteld in hoofde van de werknemer en is volledig aftrekbaar voor de werkgever.

Pijler 3: saldo

Indien de werknemer zijn budget in de loop van het jaar niet volledig heeft besteed voor de financiering van de eerste twee pijlers, dan zal het resterende gedeelte hem één keer per jaar contant worden uitbetaald, uiterlijk samen met het loon van de eerste maand van het volgende jaar.

Om het gebruik van de tweede pijler te bevorderen t.o.v. de derde pijler, is bepaald dat het bedrag dat in aanmerking komt voor contante betaling wordt onderworpen aan een bijzondere sociale bijdrage van 38,07% ten laste van de werknemer.

Voor de rest bevat het wetsontwerp de krachtlijnen die tussen de sociale partners zijn overeengekomen, nl. kostenneutraliteit voor de werkgever, vrije keuze voor de werkgever en de werknemers, een scala van opties voor de werknemer met beperkte administratieve last en vergroening van het autopark.

Om misbruiken te vermijden en zich ervan te verzekeren dat het mobiliteitsbudget niet wordt gebruikt als vehikel voor fiscale optimalisatie, voorziet het ontwerp ook in antimisbruikmaatregelen. Hoewel het VBO zich vindt in de filosofie dat het mobiliteitsbudget niet mag worden gebruikt om bestaande beloningspakketten te optimaliseren, vindt het Verbond wel dat bepaalde maatregelen te streng zijn. Dat geldt bijv. voor het tweevoudige voorbehoud dat in het ontwerp aan de werknemer wordt opgelegd om een mobiliteitsbudget te kunnen aanvragen. Werknemers die een mobiliteitsbudget willen, moeten nl. in de 36 maanden die voorafgaan een bedrijfswagen hebben of gehad hebben of in aanmerking zijn gekomen voor een bedrijfswagen gedurende ten minste 12 maanden en moeten op het ogenblik van de aanvraag gedurende ten minste 3 maanden zonder onderbreking beschikken over een bedrijfswagen of daarvoor in aanmerking komen. Die voorwaarde sluit niet goed aan bij de huidige praktijken van de ondernemingen.

Het VBO is verheugd over de goedkeuring van dit ontwerp, dat de fundamentele elementen voor de sociale partners in grote lijnen respecteert. Het Verbond hoopt dat dit ontwerp de aanzet zal geven tot meer initiatieven en dat multimodaliteit zich verder zal verspreiden in ons land.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.