Week van de Mobiliteit: een beter openbaar vervoer, groene salariswagens en een mobiliteitsbudget zijn belangrijke pijlers van een modern mobiliteitsbeleid

De Belgische files zijn intussen een begrip, en de cijfers liegen er niet om. De Belgische automobilist verliest elk jaar bijna 44 uur in de file, de uitstoot van broeikasgassen te wijten aan transport is met meer dan 25% toegenomen sinds 1990 en de investeringen in infrastructuur zijn met de helft gedaald. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) heeft reeds in 2016, na intensief overleg met al zijn sectoren, een globale mobiliteitsvisie ontwikkeld en bezorgd aan onze beleidsmakers.

Pers, COMMUNICATION & EVENTS
16 september 2019

Naar aanleiding van de Week van de Mobiliteit lanceert het VBO opnieuw enkele voorstellen die een duurzamere mobiliteit helpen te bevorderen:

-       Het mobiliteitsbudget blijven promoten en het huidige systeem waar nodig bijschaven;

-       Investeren in infrastructuur, om te beschikken over een degelijk netwerk van comfortabele, veilige en slimme voorzieningen;

-       Innovatie op het vlak van aandrijftechnologieën promoten en stimuleren (elektriciteit, waterstof, CNG, LNG ...);

-       De huidige openbaarvervoersnetten stroomlijnen, door manieren te zoeken om op de primaire assen – en op de secundaire assen die aansluiten op die primaire assen – een hogere reissnelheid te verzekeren;

-       Een omvattende denkoefening houden over de mobiliteitsfiscaliteit, om zo een duurzamere mobiliteit te bevorderen.

Daarnaast heeft het VBO via IVOX een onlineonderzoek laten uitvoeren bij 1.000 werknemers, en dat is representatief. De foutenmarge bedraagt 3%. Daarnaast werden 262 bedrijven uit de databank van het VBO bevraagd. Die gegevens zijn indicatief.

De auto blijft cruciaal in het woon-werkverkeer: 51% van de werkgevers biedt wel alternatieven aan

-        86% van de werkgevers hanteert een systeem met salariswagens. Daarbij geeft 42% aan enkel dat systeem aan te bieden. 51% biedt (ook) alternatieve systemen aan. Zo hanteert 24% van de werkgevers het mobiliteitsbudget, 13% biedt een mobiliteitsvergoeding aan.

-        Bij de werknemers geeft 15% aan recht te hebben op een salariswagen, een cijfer dat overeenkomt met de officiële statistieken van de FOD Mobiliteit. 5% zegt recht te hebben op een mobiliteitsbudget, eenzelfde aandeel heeft recht op een mobiliteitsvergoeding.

Het is niet aan ons, het is aan jullie: 90% van de werkgevers kijkt ook naar de regering voor alternatieven

Wanneer het gaat over het zoeken naar alternatieven voor de wagen, kijkt iedereen naar iedereen. Wie moet de taak op zich nemen om de omschakeling van een autogerichte mobiliteit naar duurzamere vervoersmiddelen te bevorderen? De regering aan de hand van maatregelen en verplichtingen, de werkgevers via hun mobiliteitsbeleid, de werknemers door hun eigen keuzes, of de leasingmaatschappijen met hun aanbod?

-        Als het gaat om de omschakeling naar meer duurzame vervoersmiddelen, ligt volgens 90% van de werkgevers de verantwoordelijkheid bij de regering. Dan volgen de werknemers, die volgens 83% van de werkgevers de verantwoordelijkheid dragen via hun persoonlijke keuzes. Daarnaast dragen volgens 81% van de werkgevers ook zijzelf de verantwoordelijkheid, via hun mobiliteitsbeleid.

-        De werknemers zelf geven echter minder vaak aan dat de verantwoordelijkheid bij henzelf ligt (65%). Volgens hen ligt de verantwoordelijkheid vooral bij de regering (73%) en bij de werkgevers (72%).

In werkelijkheid moeten die verantwoordelijkheden gebundeld worden om de doelstellingen te halen. Weldoordachte beleidskeuzes die aanzetten tot het gebruik van alternatieve vervoerswijzen, maken dat werkgevers sneller geneigd zijn om ze in te voeren ... en werknemers om ze te gebruiken!

Hoe zit het met alternatieven voor de wagen? 60% van de werknemers kiest voor een alternatief

Wat zijn voor werkgevers en werknemers de motieven om te kiezen voor alternatieven (mobiliteitsbudget, cash for cars, abonnement voor het openbaar vervoer, fietsvergoeding, bedrijfsfiets ...)?:

-        Werkgevers die al een alternatief mobiliteitssysteem hanteren, doen dat in de meeste gevallen vanuit hun eigen ambitie om hun ecologische voetafdruk te verkleinen (72%). Daarnaast vormen ook hun ambitie om aantrekkelijk te zijn voor sollicitanten (59%) en de vraag van hun medewerkers (49%) andere stimuli om die systemen in te voeren. Slechts 37% geeft aan alternatieven te hebben ingevoerd omwille van de fiscale voordelen en de positieve financiële impact. Het element dat voor het grootste aandeel van de werkgevers (58%) een struikelblok vormde bij de invoering, was dat werknemers hun wagen nodig hadden voor werkverplaatsingen. Dan volgt de administratieve rompslomp die met deze systemen gepaard gaat (40%).

-        Bij de 49% werkgevers die momenteel nog geen alternatief mobiliteitssysteem hanteren, geeft 6 op de 10 (58%) aan dat wel te overwegen. Als iets hen zou kunnen overhalen om toch een dergelijk systeem in te voeren, zouden dat vooral de fiscale voordelen (75%) zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een hogere aftrek voor groenere auto’s.

-        Het goede nieuws is dat waar men alternatieven aanbiedt, 60% van de werknemers daar ook voor opteert. Zo koos 42% van de werknemers voor een duurzamer vervoersmiddel of voor een mix van duurzame vervoersmiddelen waar de auto geen deel van uitmaakt. Anderen opteerden voor de combinatie van een wagen en duurzame vervoersmiddelen (12%), en een paar mensen ruilden hun salariswagen om voor cash (cash for cars – 6%). Zij deden dat vooral om milieuredenen (41%), al waren er ook financiële overwegingen in het spel (39%), of het stimulerende mobiliteitsbeleid van de werkgever (28%).

-        De 40% van de werknemers die nog niet kozen voor deze alternatieven, hebben daar zo hun redenen voor. De vaakst genoemde redenen zijn dat ze met de wagen naar het werk gaan en onvoldoende alternatieven hebben (32%), dat ze gehecht zijn aan het comfort en de flexibiliteit van een wagen (26%) en dat ze hun wagen nodig hebben voor hun werk (18%). Een goede verkeersinfrastructuur (52%) of de nodige flexibiliteit (48%) zou hen er daarentegen wel toe kunnen bewegen om (alleszins deels) de auto op te geven.

-        En toch zou 73% van de werknemers die geen alternatief hebben voor een salariswagen, voorstander zijn. En 21% zou zelfs zonder aarzelen kiezen voor de beschikbare alternatieven.

Om onder andere de overige 40% werknemers te overtuigen, pleit het VBO al lang voor forse investeringen in infrastructuur. En dan niet enkel om de bestaande voorzieningen in goede staat te houden, maar ook om nieuwe infrastructuur aan te leggen (fietsostrades, overstapparkings, voltooiing van het GEN …).

Groenere wagens: 58% van de werkgevers stelt een groene salariswagen voor

Al 58% van de werkgevers die hun werknemers een salariswagen aanbieden, stelt voor om te opteren voor een model op een alternatieve brandstof.

Maar wat werknemers nog afschrikt om te kiezen voor dergelijke wagens, is de nog te beperkte tank- en oplaadinfrastructuur. Er moet met andere woorden een uitgebreid netwerk met tank- en laadstations komen (bij voorkeur gecoördineerd op Europees niveau) om ervoor te zorgen dat auto’s op alternatieve brandstoffen een volwaardige oplossing worden.

Deze cijfers geven aan dat de klassieke salariswagen nog niet dood en begraven is. Het VBO is geen voorstander van een bruuske afschaffing van het systeem, aangezien het een belangrijke component is van het loon. Maar als we de Belgische mobiliteitsknoop willen ontwarren en onze milieudoelstellingen halen, dan moeten we volop inzetten op een duurzame mobiliteit. Een milieuvriendelijkere salariswagen, gecombineerd met enkele duurzame vervoersmodi, zoals een treinabonnement, is waar we naartoe moeten. Via de salariswagen kan je bovendien snel werk maken van een vergroening van het wagenpark.

De slimme kilometerheffing: invoering onder voorwaarden, maar geen apart systeem per regio

Op voorwaarde dat de belasting op de inverkeerstelling en de verkeersbelasting worden afgeschaft, kan een dergelijke heffing overwogen worden. Die zou dan het verbruik belasten in plaats van het bezit van het voertuig. De heffing zou variëren naargelang de plaats, het tijdstip en de vervuiling. De stadstol in Brussel, een op zichzelf staande maatregel zonder overleg tussen de regio’s, is dan ook geen goede maatregel.

Ondanks het feit dat er heel wat weerstand is op politiek niveau en dat de helft van de werknemerspopulatie deze heffing niet ziet zitten, moet wat ons betreft over de invoering ervan worden nagedacht als we de files en de bijhorende uitstoot willen terugdringen.

Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het VBO: “Ons land heeft nood aan een globaal mobiliteitsplan in plaats van een steekvlambeleid afhankelijk van wie bevoegd is en wie niet. Ook zal elke stakeholder inspanningen moeten leveren: de overheid moet een gunstig fiscaal kader creëren, aangevuld met extra investeringen in onder andere openbaar vervoer. De werkgevers moeten hun werknemers de keuze geven tussen verschillende vervoersmiddelen, en werk maken van een vergroening van het wagenpark. En de werknemers zullen hun gedrag moeten bijsturen, door onder andere gebruik te maken van het mobiliteitsbudget en niet langer de wagen te nemen voor elke kleine verplaatsing. De toenemende populariteit van de fietsvergoeding is op dat vlak alvast een goede zaak.”

Het VBO contacteerde enkele CEO’s (van Luminus, D’Ieteren, Umicore, Graphius, Cowboy) die graag hun zegje wilden doen over het mobiliteitsbeleid in België. Vanaf vandaag laten we via sociale media 5 bedrijfsleiders aan het woord over een of twee kernmaatregelen om de mobiliteits- en transportknoop in België te ontwarren.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.