Ondernemingen engageren zich voor mensenrechten

Enkele weken geleden werd het Verbond voor Belgische Ondernemingen (VBO) uitgenodigd voor een parlementaire hoorzitting in de Kamer over het thema ondernemingen en mensenrechten. Op 24 oktober 2018 pikte La Libre Belgique dat thema op. Het VBO greep die kans aan om zijn kernboodschap te benadrukken.

Olivier Joris, COMPETENTIECENTRUM EUROPA & INTERNATIONAAL
12 november 2018

De Belgische ondernemingen zijn zich sterk bewust van hun verantwoordelijkheid inzake het eerbiedigen van de mensenrechten. Ze zijn er dan ook actief mee bezig, en wel om de volgende redenen.

Om te beginnen zijn ze onderworpen aan allerlei wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit met name de Europese en nationale regelgeving. Die verplichtingen hebben bijvoorbeeld betrekking op transparantie en rapportering inzake personeelsbeheer in België en daarbuiten en op het traceren en controleren op het terrein van de manier waarop de grondstoffen die ze importeren (zoals ertsen of hout) worden gewonnen. Hun activiteiten worden ook omkaderd door richtsnoeren van internationale organen zoals de Verenigde Naties, de OESO en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

Bovendien maken de eerbiediging van mensenrechten en van de productievoorwaarden in het algemeen, steeds meer integraal deel uit van de handelsrelaties tussen ondernemingen. Dat uit zich in diverse clausules en charters die de relaties tussen klant en leverancier of toeleverancier regelen. Als een leverancier zijn engagementen niet nakomt, kan de handelsrelatie worden stopgezet.

Tot slot willen heel wat ondernemingen vooral verder gaan dan waar ze wettelijk strikt toe verplicht zijn. Mensenrechten zijn in dat opzicht een volwaardig onderdeel van hun strategie inzake verantwoord ondernemen, die steunt op de drie pijlers van duurzame ontwikkeling: het economische, het sociale en het milieuluik. Zo voeren ondernemingen massaal ‘due diligence’-mechanismen in, inspectieprocedures voor hun productiesites en geglobaliseerde productie- of bevoorradingsketens om de lokale productievoorwaarden en het welzijn van de werknemers, leveranciers of onderaannemers te verbeteren. Ondernemingen in allerlei sectoren doen daarvoor vaak een beroep op onafhankelijke auditors, en in sommige gevallen werken ze ook samen met vakbonden of lokale ngo’s.

In hun pogingen om een echte impact te hebben op het terrein, moeten ze rekening houden met de specificiteit van de producten of diensten die ze ontwikkelen en op de markt brengen, met de culturele context en gewoontes van de derde markten waarop ze actief zijn, met de soorten spelers in hun onderaannemings- of toeleveringsketens … Omdat die factoren variëren van sector tot sector, van onderneming tot onderneming en zelfs van product tot product, moeten initiatieven in dit domein ruimte laten voor maatwerk. Transsectorale regels of verplichtingen maken het onvoldoende mogelijk om rekening te houden met de specifieke situaties op het terrein.

Het verbeteren van de productievoorwaarden in derde landen moet als een gedeelde verantwoordelijkheid worden beschouwd, waarbij zowel ondernemingen als overheden inspanningen leveren. Zeker lokale overheden moeten daarbij een cruciale rol spelen. Maar daar knelt het schoentje vaak. Vooral zij moeten erover waken dat de lokale, nationale en internationale wetgeving wordt nageleefd. Uiteraard moeten onze ondernemingen de inspanningen van die lokale overheden bijtreden door hun eigen procedures en vereisten ten aanzien van lokale onderaannemers of leveranciers naar die derde landen te ‘exporteren’.

Maar het kan niet dat de lokale autoriteiten de ogen sluiten, elke verantwoordelijkheid afwijzen en alle inspanningen proberen af te schuiven op buitenlandse ondernemingen. Hoe kan een onderneming bijvoorbeeld de leeftijd van een werknemer controleren als die geen enkel officieel document met zijn geboortedatum bezit? Of hoe kan een onderneming – en zeker een kmo (83% van de Belgische ondernemingen heeft minder dan 10 werknemers) – zich garant stellen voor alle betrokkenen op de verschillende niveaus van een productie- en onderaannemingsketen? Zeker als hele delen daarvan tot de parallelle economie behoren en op geen enkele manier gecontroleerd worden door de bevoegde lokale overheden?

VBO – Het VBO vindt het belangrijk om de vele inspanningen van de Belgische ondernemingen om de productievoorwaarden in de derde landen waar ze actief zijn rechtstreeks of onrechtstreeks te verbeteren, te erkennen en aan te moedigen. Maar als voorwaarde voor die inspanningen geldt dat ook lokale overheden hun primaire verantwoordelijkheid opnemen. Het is die gedeelde verantwoordelijkheid tussen overheden en ondernemingen die, naargelang de respectieve bevoegdheden en actiemiddelen, problematische situaties moet voorkomen, opsporen en zo snel mogelijk verhelpen. Het VBO draagt zijn steentje bij door verschillende sensibiliseringsinitiatieven op te zetten rond de eerbiediging van mensenrechten en het verbod op kinderarbeid, en algemener rond het implementeren van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.