GDPR: Het VBO dient een verzoekschrift tot vernietiging in bij het Grondwettelijk Hof

De Belgische wet tot uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) voorziet in heel zware administratieve sancties bij niet-naleving van de bepalingen van de GDPR. Die sancties zijn enkel van toepassing op de privésector. De publieke sector is vrijgesteld, ondanks het ongunstig advies van zowel de Raad van State als de Privacycommissie. Dit is immers discriminatie en schendt het beginsel van gelijke behandeling van de privésector en de publieke sector. Het Verbond van Belgische Ondernemingen diende een verzoekschrift tot vernietiging in bij het Grondwettelijk Hof.

Pers, COMMUNICATION & EVENTS
12 maart 2019

De GDPR is noodzakelijk in een digitale maatschappij, maar is evenwel een zware last voor de ondernemingen die de verschillende verplichtingen ervan hebben moeten naleven. Bovendien kunnen ondernemingen zwaar worden bestraft voor elke inbreuk op die verschillende verplichtingen. De administratieve geldboetes kunnen immers oplopen tot 20.000.000 euro of tot 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, indien dat cijfer hoger is. De Belgische wet van 30 juli 2018 die de open clausules van de GDPR ten uitvoer legt, dat wil zeggen de bepalingen die de nationale wetgever moet regelen, legt de sancties bij niet-naleving van de GDPR vast.

Daarbij bepaalt deze wet dat de administratieve sancties niet van toepassing zijn op de overheid en haar personeel, met uitzondering van de gevallen waarin die publiekrechtelijke rechtspersonen goederen of diensten op een markt aanbieden. Die uitzondering beoogt regeringsdiensten die in concurrentie treden met privéspelers op de markt. Het gaat bijvoorbeeld over publieke diensten die actief zijn op de markt voor vervoer, post en bezorging van pakjes, telefonie … In alle andere gevallen is de publieke sector vrijgesteld van sancties bij schending van de GDPR.

De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft een negatief advies uitgebracht over dit artikel van het wetsontwerp dat voorlag in het parlement. De Autoriteit is immers voorstander van een gelijke behandeling van de publieke sector en de privésector. Ook de Raad van State heeft een ongunstig advies verleend voor deze bepaling en oordeelde dat het onderscheid tussen de publieke sector en de ondernemingen ongerechtvaardigd is en het gelijkheidsbeginsel schendt.

“Organisaties die voornamelijk dezelfde activiteiten uitoefenen, moeten immers op dezelfde manier worden behandeld, ongeacht of ze tot de privésector of tot de publieke sector behoren. Het is bijgevolg niet correct dat de ondernemingen die de nodige inspanningen gedaan hebben om zich te conformeren aan de GDPR minder goed worden behandeld dan de overheden, zonder geldige reden gediscrimineerd worden in vergelijking met de overheden en de facto als minder betrouwbaar worden beschouwd aangezien ze als enige kunnen worden bestraft,” voegt Philippe Lambrecht, secretaris-generaal van het VBO, daar nog aan toe.

Het VBO heeft, na overleg met de verschillende lidfederaties, besloten om een verzoekschrift tot vernietiging van die bepaling, die de publieke sector vrijstelt van administratieve sancties,  in te dienen bij het Grondwettelijk Hof.

 


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.