Het actueel wettelijk kader over telewerk

Steeds meer bedrijven geraken ervan overtuigd dat telewerk ook na de lockdown een plaats moet krijgen in de arbeidsorganisatie. Ze gaan op zoek naar een hybride werkvorm die aansluit bij de bedrijfscultuur. Ze gaan op zoek naar een gedragen evenwicht tussen werken op kantoor en op afstand werken, thuis, of op een andere plek. Die zoektocht resulteert sowieso in een denkoefening rond telewerk en het al dan niet herzien van het beleid of kader hieromtrent.

Op 26 augustus 2021 organiseerde het VBO de eerste Nationale TelewerkConferentie. Tien expertenlieten hun licht schijnen op tien verschillende facetten van telewerk. Hieronder delen we gebald de inzichten en handvatten van Rudi Delarue, voorzitter Nationale Arbeidsraad (NAR).(*)

(*) U leest de bijdrage van elke expert in de taal van de uiteenzetting.

 

Met de NAR-CAO 85 van 2005 was België koploper in de EU inzake de omkadering van telewerk. De cao heeft betrekking op structureel telewerk en is gebaseerd op de omzetting van het kaderakkoord van 2002 gesloten tussen EU sociale partners. De cao past de regeling toe in de specifieke context van de Belgische arbeidsverhoudingen, met ruimte voor afspraken en innovatie in sectoren en ondernemingen. In het begeleidend eenparig advies 1528 stelt de NAR dat telewerkers niet mogen beschouwd worden als huisarbeiders (Titel VI, Wet 3/7/1978). Dit advies werd bij de aanpassing van belendende sociale wetgeving slechts ten dele gevolgd door de wetgever. Dit schept momenteel nog altijd onduidelijkheden.

De wet werkbaar en wendbaar werk uit 2017 voorziet in een omkadering voor occasioneel telewerk op vraag van de werknemer omwille van overmacht of persoonlijke redenen. Zowel structureel als occasioneel telewerk vereist het akkoord van werkgever en werknemer. Het aantal telewerkers nam in die periode geleidelijk toe. Door het door de overheid verplicht of aanbevolen telewerk in de strijd tegen COVID-19 steeg het aantal telewerkers exponentieel sinds maart 2020.

Wegens de specifieke sanitaire context en de bijzondere sociaal-economische omstandigheden voor ondernemingen en werknemers sloten de sociale partners in de NAR op 26/1/2021 de suppletoire tijdelijke CAO 149 over door de overheid verplicht of aanbevolen telewerk. Welzijn op het werk, met inbegrip van de psychosociale dimensie, krijgt er bijzondere aandacht in. Dankzij de vaccinatie zou op 1 september 2021 in de meeste regio’s van België de aanbeveling voor telewerk wegvallen.

Het ziet er naar uit dat het hybride werken (deels op een plaats gekozen door de werknemer, deels in de lokalen van de onderneming) in de toekomst meer structureel aanwezig zal zijn. Ook op EU en internationaal vlak zijn er initiatieven in ontwikkeling. Een goede omkadering die zekerheid en flexibiliteit biedt voor werknemer en werkgever vereist maximale kansen voor het sociaal overleg. De federale minister van Werk en Economie heeft aan de sociale partners in de NAR gevraagd om de bestaande telewerkomkadering te evalueren en waar nodig te actualiseren. In dat verband is ook de verklaring van de Groep van 10 over COVID en Relance, met inbegrip van nieuwe ontwikkelingen in de wereld van het werk, belangrijk.

 

Ontdek de bijdragen van de negen andere sprekers op de Nationale TelewerkConferentie:

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.