Pensioenhervorming: solidariteit ten koste van verantwoordelijkheid?

Kortere loopbanen dan 50 jaar geleden, een vergrijzende bevolking, een zeer lage werkzaamheidsgraad bij jongeren en senioren, een inflatie van de gelijkgestelde periodes, pijlsnel stijgende pensioenuitgaven, flagrante ongelijkheden tussen gepensioneerden naargelang hun statuut … Kortom, een duurzame en doeltreffende hervorming van onze pensioenstelsels was dringend nodig. Het VBO vindt dat de voorstellen van minister Lalieux geen rekening houden met die realiteiten. Het lijkt erop dat wederom voor demagogie en de korte termijn werd gekozen en dat de factuur – en dus de verantwoordelijkheden – wordt doorgeschoven naar de volgende generatie en de generaties daarna.


Marie-Noëlle Vanderhoven, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
16 september 2021

Enkele voorstellen van minister Lalieux zijn heel interessant, zoals het optrekken van het minimumpensioen, het concept deeltijds pensioen en de pensioenbonus. De uitvoering van die ideeën schiet echter tekort.

Steeds kortere loopbanen, een vergijzende bevolking en een lage werkzaamheidsgraad

Omdat we langer studeren en voortijdig uittreden uit de arbeidsmarkt, duurt een loopbaan tegenwoordig 33,4 jaar terwijl we gemiddeld 80,9 jaar leven. Met een vergrijzende bevolking (daling van het aantal jongeren en een hogere levensverwachting), bedraagt de verhouding bijdragers/gepensioneerden vandaag 1,8. In 2040 zal er nog maar 1,5 actieve bijdragen voor 1 gepensioneerde, tegen 2070 zal dat verder dalen naar 1,3. Die actieve bevolking zal met haar arbeid de pensioenen van de ouderen moeten betalen, en die pensioenen zullen oplopen tot 50 miljard euro. Er is maar één manier om die verhouding recht te trekken: de werkzaamheidsgraad van jongeren en senioren, die in België veel te laag ligt, opkrikken. De werkzaamheidsgraad van de 55- tot 64-jarigen is een van de laagste: in die leeftijdscategorie is slechts 1 persoon op 2 aan het werk. Van alle 60-jarigen werkt er zelfs maar 1 op 3. Het ultieme bewijs dat ouderen opzijschuiven om plaats te maken voor jongeren niets oplost.

Snel stijgende kosten en flagrante ongelijkheden

De pensioenuitgaven vertegenwoordigen 11,5% van het bbp, dat is meer dan 50 miljard euro. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing (SCvV), zullen die uitgaven door de uitgesproken vergrijzing van de bevolking nog aanzienlijk toenemen om in 2050 bijna 14% van het bbp te bedragen. Die meerkost is te wijten aan de vergrijzing, maar, zoals het SCvV aantoont, is een kwart ervan toe te schrijven aan de verschillende regeringsmaatregelen (optrekken van het minimumpensioen, afschaffing van de correctiecoëfficiënt in het zelfstandigenstelsel ...). En het ergste moet nog komen, als we de inspanningen van de vorige legislatuur blijven ontmantelen: een vervroegd pensioen vanaf 60 jaar na een carrière van 42 jaar met een pensioenbonus, zoals in de goeie ouwe tijd.

Daarnaast is het een huiveringwekkende gedachte dat het werknemersstelsel zou moeten worden afgestemd op dat van de ambtenaren. Als gepensioneerde werknemers en contractuele ambtenaren hetzelfde gemiddelde pensioen zouden krijgen als gepensioneerde ambtenaren (voor hetzelfde loon), zou dat een extra kost van 41,32 miljard euro betekenen, of bijna het dubbele van de pensioenuitgaven. De echte vraag is hoe we in de 21ste eeuw kunnen verantwoorden dat een deel van de bevolking een veel hoger pensioen geniet dan het andere.

Een passend, billijk pensioen

De pensioenhervorming moet een passend en billijk pensioen kunnen garanderen, rekening houdend met de Belgische economische en demografische context. Ze moet ook het vertrouwen van de burgers herstellen, wat met de voorgestelde maatregelen niet zal lukken. Het spreekt voor zich dat een dergelijke hervorming moet worden gekoppeld aan een werkgelegenheidsluik, om de werkzaamheidsgraad (bij jongeren en senioren) op te krikken en om de verhouding bijdragers-gepensioneerden opnieuw in evenwicht te brengen.

De passendheid en de billijkheid van ons stelsel hangen af van de mate waarin het een adequaat vervangingsinkomen kan bieden aan alle werknemers in functie van hun effectieve loopbaan.

In die context vindt het VBO het belangrijk om:

  • Duidelijke en realistische doelstellingen te bepalen rond wat een (sociaal en financieel) aanvaardbaar pensioen is;
  • De link tussen effectieve loopbaanduur, levensverwachting en niveau van het wettelijk pensioen te versterken;
  • Het verzekeringskarakter van het wettelijk pensioenstelsel te versterken door ervoor te zorgen dat werken wel degelijk nog altijd meer pensioenrechten oplevert dan niet werken;
  • Een zekere mate van solidariteit te behouden met diegenen die, als gevolg van omstandigheden die niet aan hen te wijten zijn, niet de mogelijkheid hebben gehad om voor zichzelf voldoende pensioenrechten op te bouwen;
  • Werknemers meer keuze te bieden door iedereen op een verantwoordelijke manier te laten kiezen wanneer hij met pensioen gaat en dat eventueel te combineren met een beperkte beroepsactiviteit (deeltijds pensioen eerder dan stelsel van eindeloopbaantijdskrediet);
  • De ongewettigde verschillen en buitensporige ongelijkheden tussen stelsels te weg te werken en te streven naar één enkel geharmoniseerd pensioenstelsel dat beter afgestemd is op de huidige carrières die worden opgebouwd in verschillende statuten;
  • De opbouw van een tweede pensioenpijler aan te moedigen om iedereen een correcte vervangingsratio te bieden (percentage van het pensioen in vergelijking met het laatste salaris) en tegelijk misbruik te vermijden. De door de sociale partners gevraagde ‘standstill’ in fiscale en parafiscale zaken zou daar sterk aan bijdragen door het langetermijnvertrouwen te herstellen.

VBO – De fundamentele maatregelen die we voorstellen zouden het vertrouwen in het systeem herstellen aangezien de belasting en de socialezekerheidsbijdragen een correct, billijk en duurzaam systeem zouden financieren. Met duurzaam bedoelen we een stelsel waarvan de jonge en toekomstige generaties ook zullen kunnen genieten wanneer zij de pensioenleeftijd bereiken. De tweede pijler is een belangrijke parameter in de vergelijking. Daarom hebben de sociale partners de regering gevraagd om een standstillperiode te handhaven waarin ze belooft niet te raken aan de huidige fiscale en parafiscale regels. Dat verzoek werd ingewilligd. Dat is in elk geval goed nieuws.

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.