Alleen de werkgever kan beslissen over de kwaliteit van het geleverde werk

Het is niet aan de rechter om zelf te oordelen over de evaluatie van de geleverde prestaties en bijgevolg in de plaats van de werkgever te beslissen over het aandeel van de bonus dat de werknemer toekomt. Het Hof van Cassatie sprak daarover eind december 2021 een arrest uit.


Monica De Jonghe, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID Jean-Charles Parizel, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
26 januari 2022

Volgens de feiten die aanleiding gaven tot dat arrest, had de werkgever slechts 25% van de variabele verloning aan de werknemer overgemaakt, omdat hij oordeelde dat de werknemer niet voldeed aan de voorwaarden die aan het bonusplan verbonden waren. Het bonusplan vereiste namelijk de actieve betrokkenheid van de werknemer en er was in bepaald dat het commissiebedrag kon schommelen naargelang het niveau van de bijdrage.

Omdat de werknemer niet de mogelijkheid kreeg om zich te verdedigen en de resultaten van de evaluatie aan te vechten toen de werkgever eenzijdig besloot om het commissiepercentage te verlagen, besliste het arbeidshof dat de werkgever de verplichting om het bonusplan te goeder trouw uit te voeren niet had nageleefd. Het arbeidshof verplichtte de werkgever om de volledige commissie over te maken als schadevergoeding voor het niet-naleven van het beginsel dat overeenkomsten te goeder trouw moeten worden uitgevoerd.

Het Hof van Cassatie vernietigde die beslissing op grond van de miskenning van het algemeen beginsel van het verbod op rechtsmisbruik. Het Hof van Cassatie herinnert eraan dat een rechter de uitvoering van een contract pas kan opleggen als daarvoor eerst vastgesteld werd dat aan de voorwaarden van dat contract voldaan werd. Bij de toepassing van de theorie over rechtsmisbruik moet eveneens vastgesteld worden dat het recht uitgeoefend werd op een wijze die de grenzen van de normale uitoefening door een voorzichtig en bedachtzaam persoon te buiten gaat. Het Hof van Cassatie merkt echter op dat het arbeidshof niet had vastgesteld dat de werknemer voldeed aan de voorwaarden van het bonusplan, noch dat de werkgever zijn recht om de werknemer te evalueren op kennelijk onredelijke wijze had uitgeoefend en dat de normale uitoefening van dat recht zou betekenen dat de commissie die in de arbeidsovereenkomst tussen de partijen overeengekomen was, volledig zou moeten worden toegekend.

VBO – In dat arrest S.18.0089.N van 20 december 2021 bevestigt het Hof van Cassatie zo dat de toepassing van het beginsel van de uitvoering te goeder trouw van overeenkomsten en de theorie over het rechtsmisbruik de rechters van de hoven en rechtbanken geen inmengingsrecht geeft over de beoordeling van de werkgever over de prestaties van de werknemer en over de variabele verloning die daaruit voortvloeit. De controle door rechters blijft op dat vlak, net zoals bij de ontslagmotivering, marginaal. De ondernemingen beschikken inderdaad over de macht om te beslissen of de vooropgestelde doelstellingen (al dan niet) bereikt werden. Diegenen die dat recht op een redelijke, voorzichtige en bedachtzame wijze uitoefenen, moeten dus niet vrezen voor de eventuele gevolgen die ze naargelang het specifieke geval zouden dragen.

Foto ©belga

 

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN EN PERSBERICHTEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.