VBO-analyse sectorale onderhandelingen: IPA is belangrijke factor voor sociale vrede

Het ontwerp van IPA 2019-2020, dat de basis vormde voor het koninklijk besluit over de loonnorm van 1,1% en de interprofessionele akkoorden in de Nationale Arbeidsraad (NAR), gaf het startschot om in de paritaire comités sectorale onderhandelingen op te starten. In de periode tussen 24 april en 7 oktober sloten maar liefst 32 paritaire comités een akkoord over meer dan 70 thema’s, en dat voor meer dan  1,4 miljoen arbeidsplaatsen. Monica De Jonghe, directeur-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO): “Ondanks de kritiek op het sociaal overleg is het IPA een belangrijke factor geweest voor sociale vrede.”


Pers, COMMUNICATION & EVENTS
09 oktober 2019

Uit de VBO-analyse kunnen we de volgende vaststellingen distilleren.

1. De loonnorm van 1,1% werd nagenoeg volledig ingevuld

De sectoren hebben doorgaans beslist om niet af te wijken van de 1,1% loonsverhoging aldus bepaald in het IPA. 12 sectoren gaan uit van een verhoging in % van 1,1%. Bij arbeiders in 2 sectoren werd de verhoging uitgedrukt in extra uurloon. Bij bedienden in 3 sectoren werd de verhoging uitgedrukt in extra maandloon. Naast de algemene verhoging werd in 3 sectoren ook een eenmalige premie toegekend.

Hoewel de loonmarge van 1,1% door de vakbonden als een rem op het loonoverleg wordt weggezet, is de loonnormwet essentieel om de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven te vrijwaren. Dat heeft alles te maken met het systeem van automatische indexering en de baremieke verhogingen van de lonen, die uniek zijn in Europa. De loonnormwet legt een strikt kader vast met de bedoeling om de marge voor bijkomende verhogingen te laten afhangen van de loonkostenevolutie in de buurlanden (Frankrijk, Duitsland en Nederland), volgens een vaste formule. Die moet ervoor zorgen dat de loonkostenhandicap van België ten opzichte van de ons omringende landen niet verder oploopt en de historische handicap, die het gevolg is van talrijke loonontsporingen in het verleden en vandaag om en bij de 11% bedraagt, verder wordt weggewerkt.

2. De minimumlonen: sectoren nemen uitdrukkelijke bepalingen op

Bijna alle sectoren nemen uitdrukkelijke bepalingen op over de verhoging van de sectorale minimumlonen. In bijna alle gevallen is de verhoging dezelfde als de verhoging toegepast voor alle lonen in het luik koopkracht. In de NAR zijn ook nog besprekingen over de verhoging van het interprofessioneel minimumloon lopende, in uitvoering van het ontwerp van IPA.

3. Mobiliteit: idem

Werkgevers en vakbonden hebben in het ontwerp van IPA volop ingezet op een ‘modal shift’ door de keuze voor het openbaar vervoer en duurzame vervoersmodi te stimuleren. De sectoren hebben daar wel degelijk gevolg aan gegeven: in 25 van de 32 paritaire comités werd een bepaling over mobiliteit opgenomen, waarbij het vooral over de fietsvergoeding gaat (ofwel invoering ofwel verhoging van bestaande bedrag).

4. SWT: meer rechtszekerheid

Op 2 paritaire comités na worden in alle sectoren de SWT-stelsels aangepast of verlengd conform de mogelijkheden die de cao’s afgesloten in de NAR hiervoor boden.

5. Veel aandacht voor vorming en opleiding

28 van de 32 paritaire comités nemen een bepaling op over vorming en opleiding, waarvan 18 een engagement opnemen om tot gemiddeld X (2, 3, 4, 5 of 6) aantal dagen per VTE te komen. Dit is een thema dat duidelijk leeft bij de sectoren. Vorming en opleiding maakten als dusdanig geen deel uit van de afspraken gemaakt op interprofessioneel niveau. Monica De Jonghe vermoedt dat de bepalingen in de wet Werkbaar Wendbaar Werk de sectoren daartoe gestimuleerd hebben. Belangrijk is dat sectoren de nodige ruimte en vrijheid krijgen om een beleid op maat uit te werken.

Conclusie

Monica De Jonghe besluit: “Ondanks moeilijkheden bij de formele goedkeuring van het IPA, zijn we er toch in geslaagd om nagenoeg het ganse ontwerp in interprofessionele akkoorden in de NAR te gieten. Dat is een goede zaak. De politieke situatie is instabiel, wat betekent dat onze bedrijven meer dan ooit nood hadden aan een duidelijk sociaaleconomisch en interprofessioneel kader. De sectoren zijn met het kader dat voorhanden was aan de slag gegaan, wat geleid heeft tot sociale vrede en meer aandacht voor duurzame mobiliteit en vorming en opleiding.”

Hier kan u een samenvattende tabel terugvinden.

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.