Sociale bijdragen eerste kwartaal 2019

Wat zijn de tarieven van de sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2019? U vindt ze in onderstaande tabel die voor elke sector van de sociale zekerheid het percentage aangeeft van de verschuldigde werknemers- en werkgeversbijdragen voor zowel arbeiders als bedienden, alsook de totalen.

Alice Defauw , COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
26 februari 2019

Ten opzichte van de tabel van het voorgaande kwartaal zijn er meerdere elementen te melden. 

-        Fonds voor Sluiting Ondernemingen
De bijdrage voor de financiering van de tijdelijke werkloosheid daalt van 0,11% naar 0,10%. De bijdragen voor de klassieke opdrachten van het Sluitingsfonds blijven ongewijzigd (0,14% indien de onderneming minder dan 20 werknemers tewerkstelt en 0,19% indien ze 20 werknemers of meer tewerkstelt).

-        Bijdrage risicogroepen
In het ontwerp van interprofessioneel akkoord werd afgesproken om de bijdrage van 0,10% voor de opleiding en tewerkstelling van risicogroepen opnieuw met twee jaar te verlengen. Het tarief van deze bijdrage hangt af van de sectorale overeenkomsten die hierover worden afgesloten. Als er geen sectorale overeenkomsten zijn neergelegd, is het tarief vastgesteld op 0,10%. Die bijdrage moet worden betaald door de werkgevers die geen collectieve arbeidsovereenkomst hieromtrent hebben neergelegd ter Griffie van het Directoraat-generaal Collectieve arbeidsbetrekkingen van de Federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg. De werkgevers hebben tot 1 oktober van het jaar waarop de cao betrekking heeft de tijd om een dergelijke cao bij voornoemde griffie neer te leggen.

-        Asbestfonds
Ter herinnering: de bijdrage van 0,01% tot financiering van het Asbestfonds is ieder jaar verschuldigd, maar enkel in het eerste en tweede kwartaal.

-        Taxshift: daling van het faciaal tarief tot 25%
Ter herinnering: sinds 1 januari 2018 bedraagt het faciaal tarief 25% voor werknemers uit de profitsector. De stapsgewijze daling van de werkgeversbijdragen naar 25% werd ingezet in het tweede kwartaal van 2016. Deze daling naar 25% wordt gerealiseerd door zowel de basiswerkgeversbijdrage als de loonmatigingsbijdrage gefaseerd te verminderen. Juridisch wordt de basiswerkgeversbijdrage voor werknemers uit categorie 1 (profitsector) van artikel 330, eerste lid van de programmawet (I) van 24 december 2002 verminderd van 22,65% naar 19,88%. Anderzijds wordt de verlaging ook doorgevoerd in de loonmatigingsbijdrage, die daalt van 7,35% naar 5,12%.

De tabel geeft voor elke sector van de sociale zekerheid het percentage van de verschuldigde werknemers- en werkgeversbijdragen voor zowel arbeiders als bedienden, alsook de totalen, op basis van het aantal in de onderneming tewerkgestelde werknemers. Voor de werkgevers en werknemers die aan alle sectoren van de sociale zekerheid bijdrageplichtig zijn, werden de afzonderlijke bijdragen per sector vervangen door een globale bijdrage.

Enkele bijdragen komen niet in deze tabel voor, maar worden hieronder vermeld:

- de bijzondere socialezekerheidsbijdrage die sedert 1 april 1994 wordt geïnd op de lonen van de werknemers;
- de bijdrage van 8,86% die verschuldigd is op de werkgeversstortingen voor extralegale pensioenvoordelen;
- de bijdrage van 10,27% voor de jaarlijkse vakantie van de arbeiders, die verschuldigd is op de lonen tegen 108% van het vorige jaar en die betaalbaar is in de loop van april;
- de door de RSZ geïnde bijdragen voor de fondsen voor bestaanszekerheid;
- de bijzondere bijdragen “Decava” op de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en Canada dry (bedrijfstoeslag op uitkeringen volledige werkloosheid);
- de bijzondere bijdrage van 48,53% (eventueel verdubbeld) op toeslagen voor voltijds en halftijds tijdskrediet, die worden toegekend op grond van individuele akkoorden of ondernemingsakkoorden, alsook op grond van sectorakkoorden die na 30 september 2005 zijn gesloten;
- de bijdrage op de firmawagens en op de mobiliteitsvergoeding;
- de solidariteitsbijdrage van 8,13% die verschuldigd is op de tewerkstelling van studenten die geen aanleiding geeft tot bijdrageplicht ten aanzien van de sociale zekerheid: 5,42% ten laste van de werkgever en 2,71% ten laste van de student. De verschillende bijdragevoeten naargelang de student wordt tewerkgesteld in de zomermaanden, dan wel tijdens het schooljaar, zijn sinds 1 januari 2012 vervangen door één bijdrage gedurende het ganse jaar;
- de solidariteitsbijdrage van 33% die sinds 1 januari 2009 verschuldigd is op de betaling of terugbetaling van de verkeersboetes van de werknemer door de werkgever;
- de bijzondere bijdrage op bepaalde extralegale pensioenen, of de zgn. Wijninckx-bijdrage;
- de activeringsbijdrage ingevoerd door de programmawet van 25 december 2017. Die bijdrage is sinds 1 januari 2018 van toepassing op werkgevers die ‘oudere’ werknemers op non-actief zetten. Het bedrag ligt tussen 10% en 20% van het brutoloon. Het bijdragepercentage wordt bepaald in functie van de leeftijd van de betrokken werknemer en van een opleiding die de werkgever al dan niet voorstelt.

> Zie hier de tabel 


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.